Jacques Brooijmans: ‘Er is een vrijheid van denken die heel ver gaat.’

‘Jordi zit in het laatste jaar van de middelbare school. Hij besluit iets bijzonders te maken van dat jaar. Hij wil zich openstellen voor alles en voor iedereen die in zijn leven opduikt. Zo raakt hij geïnspireerd door zijn klasgenote Marieke, die steeds uitgesprokener voor democratische rechten vecht. De verliefde Björn, in politiek opzicht zijn tegenpool, brengt hem op zijn beurt onverwacht in verwarring. Intussen trekt de Praagse kunststudente Irina hem haar spannende wereld in. Gelukkig vindt hij houvast in de gesprekken met zijn grootvader. Stap voor stap krijgt Jordi zicht op zichzelf en op een wereld vol maatschappelijke spanningen.’

Morgen kan het anders zijn zit boordevol reflecties van de jonge Jordi. Sommige lezers vragen zich af of jongeren echt zoveel nadenken over de wereld om hen heen. Dus een logische vraag om mee te beginnen: heb jij zelf ervaring met die doelgroep?

Ik kom heel veel op middelbare scholen, met projecten rond poëzie, theater, essay en debat. Vaak gaan die momenten over emoties en zetten ze even een stap buiten hun gewone gedrag in de klas. Ze moeten overleggen met elkaar en bekennen wie en wat ze zijn. Dankzij kunst en poëzie praten ze makkelijker over diepere dingen; over alles eigenlijk. Er wordt wel gezegd: ‘Ze zijn niet geïnteresseerd in kunst en poëzie’, maar zo krijg je een selffulfilling prophecy.

Jongeren zijn alleen maar aan het gamen en Netflix aan het kijken, zoiets?

In de onderbouw, de jongste jaren van de middelbare school, kom ik ook wel wat leerlingen tegen die veel met gamen bezig zijn. Maar daar komen soms best goede gedichten uit voort, als ze bepaalde woorden die erin voorkomen of manieren van kijken en denken op een creatieve manier gebruiken. Uiteindelijk zijn jongeren allemaal anders, net als klassen onderling. Elke klas heeft een andere dynamiek en haalt andere elementen in de leerlingen naar boven. 

Je onderschat de jongeren nooit. Dat kan ook niet als je ervan uitgaat dat ze een boek van meer dan 600 pagina’s willen lezen.

Zowel in mijn docentschap als in mijn regie of begeleiding van theater heb ik één regel: neem hen serieus. Jongeren zijn volwaardige en gelijkwaardige mensen. Misschien behandel ik hen wel meer als volwassenen dan anderen soms doen.

Neem jongeren serieus’

Was er een concrete aanleiding bij de jongeren die je ertoe aanzette dit boek te schrijven?

Bepaalde onderwerpen komen erg weinig aan bod en worden weinig gestimuleerd. Jongeren hebben niet altijd het gevoel dat ze erover kunnen praten. Ook al willen ze wel, en zijn er wereldwijd ontwikkelingen waar ook zij zich mee bezighouden. Verder is de laatste tijd ook duidelijk geworden dat pakweg de helft van de jongeren zich afvraagt of verkiezingen wel nodig zijn en liever gewoon een sterke leider hebben. Toen er zes jaar geleden van alles begon te gebeuren, wist ik dat dit boek er moest komen. Want als een onderwerp als politiek of democratie al wordt besproken in de klas, gebeurt dat vaak op een wat oppervlakkige manier.

Moet je boek dan een plaats krijgen in het onderwijs?

Met dit boek zou ik zo graag vakoverschrijdend werken. Geschiedenis, maatschappijleer, burgerschap … Ik zou het fantastisch vinden als een boek daar een rol zou kunnen spelen. Zeker een fictieboek, waarmee je tegelijkertijd ook de literatuur en het lezen op zich stimuleert. Je kunt er zoveel mee doen. De lesbrief is een goede aanzet. Een leerkracht heeft de fragmenten geselecteerd, en ik heb de vragen erbij gemaakt volgens bepaalde leerdoelen. Ze zitten vol diversiteit: seksualiteit, homoseksualiteit, politiek, filosofie …

Zulke onderwerpen worden voor jongeren vaak als te moeilijk of te droog beschouwd. Tenzij je ze in een boek verwerkt?

Democratische waarden en politieke bewustwording inbedden in een verhaal, dat vind ik veel mooier. Democratie heeft uiteindelijk met vrijheid te maken, en in mijn boeken gaat het daar al heel gauw over: seksuele vrijheid, culturele vrijheid en politieke vrijheid.

Dat tekent de grootste boeken en films en series, als je het verhaal kunt zien, maar ook alle thema’s die erin verweven zitten. En verhalen over het leven, daar zit onvermijdelijk álles in.

Ja, dat vind ik ook de interessantste werken. Als je een boek bijvoorbeeld telkens opnieuw vanuit een ander thema kunt benaderen. Mijn boeken hebben ook nooit geïsoleerde thema’s. Daarom heb ik nooit een coming-outboek geschreven. Het ging altijd over seksualiteit of homoseksualiteit, verweven met thema’s als onvoorwaardelijke liefde of trouw of schuld. 

Je zei net dat je zes jaar geleden aan het boek bent beginnen te werken, omdat er toen bepaalde thema’s speelden.

Toen was het Trump, maar een belangrijk woord voor mij is ‘tijdloosheid’. Uit het nu haal ik tijdloze elementen. Een beetje zoals Pfeijffer in Alkibiades heeft gedaan. Als er dan zo’n Trumpfiguur voorkomt in mijn boek, neemt het verhaal na een tijdje zijn eigen loop, zodat hij het tóch niet is. Op die manier is het geen verslag over het nu, maar meer een aanleiding om over het nu te denken, aan de hand van gebeurtenissen die van alle tijden zijn.

Mijn boek is een aanleiding om over het nu te denken’

Dus binnen tien jaar kan men het boek nog steeds lezen?

Inderdaad. Zonder dat je het hoeft te herschrijven, verandert het boek mee.

Kijk je optimistisch, pessimistisch of realistisch naar de toekomst?

Ik ben heel erg optimistisch als persoon. Het leven is veel te mooi en te spannend om anders te leven. Ik wil het me niet laten ontglippen. Maar tegelijkertijd, zeker nu, ben ik wel heel alert. Oekraïne bijvoorbeeld, wat daar gebeurt, of wat iemand als Poetin kan ontwikkelen … Dat doet me zo’n pijn. Je zou denken dat iedereen dat voelt, maar dat lijkt nog wel eens tegen te vallen. Ook dat blijkt weer van alle tijden te zijn. En dat er zelfs binnen de EU landen zijn, zoals Hongarije, waar mijn boeken op een of andere verboden lijst komen te staan. Als homoseksueel zou ik in een aantal landen nu een extremist of een terrorist zijn.

Waar ik kan, probeer ik wel optimistisch te blijven. Zoals laatst in Polen, toen een heel conservatieve partij op een brutale manier aan de macht wilde vasthouden. Ondanks dat er zoveel wordt vergoelijkt over de extreemrechtse stemmen, ging het voor de meerderheid van het volk toch te ver en werden ze uiteindelijk toch teruggefloten.

In je boek laat je beide kanten aan het woord, en je stelt niet één kant als de enige goede voor.

Ik heb er een zo genuanceerd mogelijk beeld van willen schetsen om niet mezelf in de voet te schieten.

Het doet me denken aan Olyslaegers en wat hij wilde doen met Wil: beide kanten beschrijven en ze met elkaar laten praten, zonder zelf een oordeel te vellen.

Dat is de fictie, de kunst. Ik wilde niet pamflettistisch zijn, maar gewoon een open, vrije roman schrijven over het leven en tegelijkertijd natuurlijk wel hints geven over wat je zou kunnen doen. De personages waren mijn redding. Je kunt veel met personages doen die ergens voor staan en daar op die manier kleur aan geven. Er is een bepaalde openheid en vrijheid van denken die heel ver gaat.

Er is een vrijheid van denken die heel ver gaat’

Denk jij dat je verliefd kunt worden op iemand die totaal anders in de wereld staat?

(twijfelt lang) Ik denk het uiteindelijk niet. 

Iemand als Björn, de klasgenoot van Jordi, kan dat wel. Hij zegt: ik zet mijn overtuigingen opzij, want ik wil je gewoon.

Klopt, al denk ik wel dat er meer speelt dan alleen het fysieke. Hij vindt Jordi ook aantrekkelijk door zijn denken.

Je hoeft inderdaad niet altijd gelijkgestemd te zijn om een band te hebben.

Voor Björn hebben die overtuigingen sowieso ook minder belang. Hij zegt bijvoorbeeld dat Europa niet zo belangrijk is – terwijl dat natuurlijk wél zo is.

Voor jou en voor Jordi.

Ja, ik ben ook wel meer Jordi dan Björn. En ik ben ook een beetje Brent. En Marieke … een beetje veel. Björn het minst, maar ik heb hem niet onsympathiek willen maken. Op een bepaalde manier is hij zelfs bijna toleranter dan Jordi. De lezer moest de mogelijkheid hebben om hem de hand te reiken. Hij zou me wel kunnen verwarren. Uiteindelijk weet je ook nooit hoe iemand zich zou ontwikkelen onder invloed van jou, of andersom.

Dubbelinterview met Beau Charlotte en Rudie Verbunt

Beau Charlotte verdiepte zich tijdens haar studie Audiovisuele Media in scenarioschrijven; Rudie Verbunt werd leraar Nederlands. Inmiddels hebben ze zich ook allebei op het auteurschap toegelegd. In hun dubbelinterview spreken ze elkaar over doelgroepen, verhaalopbouw en de voor- en nadelen van het schrijversbestaan.

Lees hier het volledig interview.


Boeken van Beau Charlotte

Cover Als ik er niet meer ben - 9789044842739Cover Vleugels van de dood - 9789044842739cover Vloek van de schimmen - 9789044847475

Boeken van Rudie Verbunt

Cover - komt wel goed 9789044846645Cover Combitickets - 9789044847833

Auteur – P.P. Van Cauwenbergh

Het boek ziet er niet uit als typische youngadultroman en beschrijft ook heel andere thema’s dan gewoonlijk. En toch is Floppy een boek voor jullie. P.P. Van Cauwenbergh vertelt waarom.

Een moeilijke vraag, maar waar gaat Floppy heeft het licht gezien eigenlijk over?

Floppy gaat over een jongen van 16 en daarna 17, Dieter Floppy, die op zoek is naar de waarheid over zichzelf. Door met heel veel verschillende mensen in contact te komen en goed te luisteren naar hun visie over goed en kwaad, over geloof en bijgeloof en over waarheid en leugen, slaagt Floppy er stukje bij beetje in om het kaf van het koren te scheiden. Tijdens elk avontuur dat hij meemaakt, komt hij wel tot een ontdekking. Dat is niet meteen de ultieme waarheid, maar elke ontmoeting brengt hem toch íéts bij.

Die thema’s zien we niet zo veel in YA.

Ik probeer om niet te veel in hokjes te denken. De opsplitsing van het boekenwereldje zorgt ervoor dat sommige thema’s automatisch worden toegedicht aan bepaalde segmenten. Zo neigt de serieuze literatuur al te vaak naar stroperig engagement, filosofische hoofdbrekers of wollige morele kwesties. Ook de YA’s en kinderboeken worden gedomineerd door eigengereide thema’s en stijlen. Met Floppy wilde ik méér doen en onrechtstreeks aantonen dat je over de gekste en vreemdste zaken kunt schrijven, zolang het maar meeslepend en beklijvend is.

Niet alleen de inhoud is bijzonder. Op de cover zien we bijvoorbeeld een stripfiguur.

Los van de filosofische insteek, wil het boek in de eerste plaats amuseren en doen dromen. Dromen zijn vaak onsamenhangend, vaag en een tikje absurd – ver weg van het strenge dagelijkse leven. Precies die dynamiek en vrijheid vond ik als kind ook terug in stripverhalen, veel meer dan in boeken. De prachtige illustraties van Patrick Van Oppen doen niet alleen dromen, maar beelden ook uit wat tijdens het schrijven voor mijn eigen geest dwarrelde.

Ook je schrijfstijl is erg speciaal: geen aanhalingstekens en vol ongewone namen.

Het bewust weglaten van leestekens is een statement, een opgave voor de lezer om voorbij de spelregels van de taal te kijken. Taal verandert constant en het is de mens zélf die de spelregels bepaalt. Als schrijver zoek ik dan ook altijd naar de meest vrije vorm om mezelf uit te drukken. Ik ga op zoek naar een stijl waar ik me niet alleen comfortabel bij voel, maar die eveneens de boodschap uitdraagt van de vrije, creatieve zelfexpressie. Precies daarom is de Floppy-stijl meer dan een donquichotterie.

Bij die thematiek zou je een serieuze, zware stijl kunnen verwachten, maar jij gebruikt erg veel humor in je verhaal.

De communicatie in het dagelijkse leven is vaak saai en oppervlakkig. Je taalgebruik bepaalt hoe mensen naar je kijken – soms denk je maar beter twee keer alvorens je je mond opendoet. In Floppy mag daarentegen alles gezegd en gevraagd worden. Die kinderlijke speelsheid zorgt dan ook geregeld voor grappige situaties en merkwaardige uitdrukkingen die je niet meteen zou verwachten in het echte leven.

Wie zijn inspiratiebronnen voor jou of naar wie kijk je op?

Ik hou van kunstenaars of artiesten die radicaal durven te breken met de norm, en die niet bang zijn voor verandering. Ware kunst trapt heilige huisjes in en smijt zonder verpinken porselein aan diggelen. Miles Davis is zo’n iconoclast. Door bewust noten weg te laten, leerde hij me te luisteren naar datgene wat niet gespeeld wordt. In zijn versie van ‘Time after time’ (van Cyndi Lauper) illustreert hij dat op geniale wijze: tergend hoe hij het nummer ontmantelt en met een minimum aan noten naar zijn hand zet. De jonge Merho, de maker van De Kiekeboes, wist me vroeger ook zo te raken. Meesterlijk hoe subtiel hij de tijdsgeest uit de jaren zeventig en tachtig kon vangen en haar hypocrisie fijntjes blootlegde. Vandaag de dag is zoiets haast niet meer denkbaar. Ironie is op sterven na dood; niemand kan nog om met kritiek. Anno 2020 is iedereen geschoffeerd.

Er zitten veel verschillende thema’s in het boek. Behalve de zoektocht naar anderen en naar jezelf, staat het boek bijvoorbeeld vol verwijzingen naar strips, naar jazz, religie en filosofie.

Die schijnbaar random verscheidenheid staat net symbool voor Floppy’s zoektocht naar zichzelf. Spiritueel zoeken houdt namelijk in dat je het leven in al zijn facetten bestudeert, niet enkel de thema’s die binnen de categorie ‘spiritualiteit’ passen. Als je de fenomenen van het leven écht wilt begrijpen, in haar diepste kern, dan moet je op zoek naar hun grootste gemene deler en de diversiteit en verscheidenheid omarmen. In het verhaal leert Floppy dan ook dat de Waarheid (met hoofdletter) geen kwestie is van A of B, maar van A én B.

 Hoe verloopt je schrijfproces?

De Floppy-stijl is erg improvisatorisch. Ik roep het momentum op en laat de beelden à la minute tot mij komen. Op die manier hoef ik op voorhand geen plot uit te schrijven, wat de vrijheid en het schrijfplezier zeker ten goede komt. Als ik de lichtste en luchtigste beelden in mijn hoofd volg, komt het bijna altijd tot een goed einde.

Floppy is je debuutroman, maar je hebt eerder al enkele boeken vertaald over esoterie. Is er een verband met Floppy?

Floppy is de synthese van mijn leven tot dusver. Het omvat alle aspecten van mijn geest. Niet alleen in stijl en toon, maar ook als loutering van alle onverwerkte zaken die ik vroeger niet kon of wilde uitspreken. Floppy als catharsis, dus. In die zin kan de link met mijn vertalingen niet groter zijn. Het was het intense verlangen naar waarheid, zelfkennis en vrijheid, dat me ertoe aanzette om me te verdiepen in de mysterieuze wereld van de esoterie, die via symbolen en metaforen het verborgene in de mens weet te ontsluieren. Je moet er natuurlijk wel moeite voor doen. De zoektocht naar jezelf, en de energie die je erin steekt, leidt dus automatisch naar de expressie van jezelf. De zoeker en het pad worden één.

Hoe denk je dat je roman ontvangen zal worden?

Met gemengde gevoelens, sowieso. Sommige lezers zullen beslist even moeten wennen aan de toon en de stijl. De absurde dialogen, de grillige wendingen, de eclectische fenomenen en de filosofisch-spirituele zelfbevraging zijn geen evidente combinatie, daar ben ik me heel erg bewust van. Ik hoop alsnog dat het boekje zijn weg vindt naar het hart van een type lezer die op zoek is naar zichzelf en die niet bang is om de waarheid recht in de ogen te kijken.

Zin in een heel aparte YA?
Floppy bestellen kan hier!

 

 

 

 

Geschreven door:
Staf Nys

Auteur – Chinouk Thijssen

Chinouk Thijssen is bekend van haar YA-thriller Fataal spel en de Truth or Dance-trilogie. Met Dubbelleven gooit ze het over een andere boeg. Chinouk vertelt zelf waarom.

Hoe ontstond het idee voor Dubbelleven?

Ik zat in de trein en hoorde toevallig een gesprek van een meisje en haar vriend. Hij leek niet zo’n leuke jongen … Nadat zij uitstapte, was ik benieuwd wat er allemaal gebeurd was tussen hen en hoe hun relatie verder zou gaan. Daar heb ik een verhaal rond uitgewerkt.

Waar haalde je de inspiratie voor het hoofdpersonage Ivy vandaan?

Ivy lijkt op mij toen ik haar leeftijd had. Ik was, net als haar, vrij goedgelovig en soms zelfs naïef. Ik was een lief meisje, vertrouwde mensen snel. Haar passie voor het ontwerpen van mode is echter niet op mezelf, maar op mijn oma gebaseerd. Zij was coupeuse. Ik ben opgegroeid tussen de naaimachines en mijn zus en ik kregen altijd de mooiste jurken. Ik vond het tof om dat stukje uit mijn jeugd te verwerken in het verhaal.

Je vorige boeken waren echte thrillers, met Dubbelleven ga je een andere richting uit. Waarom?

Het is een spannend en eigentijds verhaal, al vind ik het moeilijk om te zeggen in welk genre het nu precies thuishoort. Dat was niet echt een bewuste keuze. Ik was oorspronkelijk van plan opnieuw een thriller te schrijven, maar tijdens het schrijven trokken de verhaallijnen me een heel andere kant op. Uiteindelijk werd het meer een verhaal met een boodschap. Ik geloof dat de boodschap beter overkomt wanneer er niet met een vinger wordt gewezen, maar er genoeg ruimte is voor iedereen om zijn eigen conclusies te trekken.

Waarom koos je ervoor om voor young adults te schrijven?

Ik ben er eigenlijk een beetje ingerold. Ik heb eerst zelf boeken uitgebracht via een print-on-demand-uitgeverij. Die boeken schreef ik voor volwassenen, maar bijna elke recensie meldde dat ze meer voor jongeren waren. Hoe vaker ik dat te horen kreeg, hoe meer ik erover ging nadenken. Ik ben uiteindelijk gaan kijken naar het taalgebruik, de gedachtegang en de leefwereld van jongeren. En toen heb ik bewust een youngadultboek geschreven. Ik voelde onmiddellijk dat het klopte, want het schrijven verliep veel vlotter. Misschien komt dat wel doordat ik mezelf nog steeds jong voel.

Wat vind je leukste aspect aan het schrijven?

Ik vind het geweldig om een verhaal uit te denken en te fantaseren. Met het schrijven zelf heb ik een haat-liefderelatie. De ene dag vind ik het fantastisch om te doen, de andere dag lukt het niet en vind ik alles wat ik geschreven heb waardeloos. Maar het allerleukste vind ik het contact met de lezers. Binnen de YA-community gaat iedereen zo enthousiast aan de slag met het maken van foto’s en video’s en recensies van de boeken, dat vind ik echt fantastisch.

Je bent zelf redacteur, beïnvloedt dat jouw werk als schrijver?

Ik probeer mijn verhalen zo goed mogelijk aan te leveren, maar ik ben zo lang ermee bezig dat het onvermijdelijk is over enkele fouten heen te lezen. De redacteur moet dus nog steeds dingen aanpassen. Ik leer ook veel van de redacteurs van mijn boeken, en soms leidt een andere invalshoek ook gewoon tot een heel goed idee.

Er werd een optie genomen op de filmrechten van Fataal spel, hoe reageerde je op dit nieuws?

Ik geloofde het eerst niet. Er was in korte tijd al twee keer interesse getoond door andere partijen, maar dat liep telkens op niets uit. De derde keer dacht ik dus: Dat zal ook vast niks worden. En toen kwam die optie wél, en was ik helemaal door het dolle heen. We hebben door drukte en het coronavirus jammer genoeg wat vertraging opgelopen, maar inmiddels zijn we toch begonnen met het script uit te schrijven. Het is allemaal heel spannend.

Heb je tips voor jonge schrijvers?

Geloof in jezelf. Afwijzingen zeggen helemaal niets: ik heb twaalf jaar lang alleen maar afwijzingen gehad. Blijf jezelf gewoon ontwikkelen en lees veel in je eigen genre.

 

Benieuwd naar Dubbelleven? Bestellen kan hier!

Geschreven door:
Maarten Hansen

Auteur – Folkert Oldersma

De ervaren auteur Folkert Oldersma schreef met Dodelijk bericht zijn eerste young adult. Hij was meteen verliefd, op de doelgroep én op zijn hoofdpersonage. Zijn tweede youngadultroman Schuldig is dan ook met veel liefde geschreven.

Je schreef al jeugdboeken, handboeken en zelfs formats voor tv-programma’s. Wat bracht je ertoe ook voor young adults te schrijven?

In de tv-serie The Bridge kwam een afschuwelijke pesterij op sociale media voorbij, die uiteindelijk zelfs leidde tot een zelfmoord. In de serie werd daar verder niks mee gedaan, maar het inspireerde mij wel om na te denken over een mogelijk vervolg. Dat is Dodelijk bericht geworden. Het onderwerp van dat boek is seksuele intimidatie, en het verhaal speelt zich af in de leefwereld van jongeren. Dat zorgde ervoor dat het een young adult werd. Het was dus eigenlijk toeval, maar ik had me enkele jaren geleden al voorgenomen om voor diverse leeftijdsgroepen te schrijven, dus het sloot wel mooi bij mijn plannen aan.

In Dodelijk bericht raakte je verschillende gevoelige onderwerpen, zoals zelfmoord, pesten en seksueel misbruik. Heb je in Schuldig ook dergelijke thema’s verwerkt?

In ieder boek van mij zit meer dan enkel de verhaallijn. Ik wil lezers iets extra’s meegeven. Ik vind het schrijven interessanter en spannender wanneer ik gevoelige onderwerpen in mijn verhalen verwerk. En ik hoop natuurlijk dat het verhaal daardoor waardevoller wordt voor de lezer. In Schuldig komt dan ook een zeer gevoelig onderwerp aan de orde, namelijk de ernstige psychische problemen van een leeftijdsgenoot van het hoofdpersonage.

Waarom koos je ervoor om over psychische problemen te schrijven?

Psychische problemen lopen bij jongeren vaak anders dan bij volwassenen.  Er wordt veel geschreven over de psychische problemen van volwassenen, maar niet over die van jongeren. Het is een belangrijk thema, maar het wordt niet altijd serieus genomen. Jongeren krijgen soms te horen dat ze zich niet moeten aanstellen, of dat ze er wel overheen groeien. Maar die lakse houding vind ik gevaarlijk, daarom vind ik het belangrijk om er toch aandacht aan te schenken.

Waar haal je de inspiratie voor jouw boeken?

Soms volg ik een plotse inval, maar meestal geef ik mezelf een opdracht. Ik vertrek dan vanuit een onderwerp dat me op dat ogenblik bezighoudt, bijvoorbeeld hoogbegaafdheid of cyberpesten. Daar bedenk ik dan een verhaal rond. In het verleden schreef ik ook vaak in opdracht. Ik hou van de uitdaging om te schrijven over onderwerpen waar ik nog niet zoveel van weet.

Doe je dan veel opzoekwerk?

Dat verschilt per onderwerp. Het thema van Schuldig is zeer serieus. Dan wil ik echt dat het klopt. Ik heb de case van het verhaal voorgelegd aan een psychiater en we hebben het samen besproken. De resultaten van dat gesprek heb ik in het verhaal verwerkt. Maar ik fantaseer ook graag, hoor. Vaak schrijf ik eerst, en dan kijk ik achteraf of het wel klopt.

Hoe kruip je in het hoofd van het hoofdpersonage Quirine?

Qua inleving kun je mijn schrijfproces een beetje vergelijken met een acteur die een rol gaat spelen. Als ik aan het verhaal werk, dan bén ik ook echt Quirine en schrijft het verhaal zich bijna zelf. Er zijn natuurlijk specifieke dingen die bij de leeftijdsgroep horen, dus ik hou rekening met de leefwereld van jongeren. Maar het gaat toch vooral om gevoelens als angst en verdriet, en die zijn universeel.

Schuldig is geen vervolg op Dodelijk bericht, waarom koos je ervoor om toch opnieuw over Quirine te schrijven?

Bij ieder boek dat ik schrijf, heb ik moeite om afscheid te nemen van de hoofdpersonages. Tijdens het schrijven ben ik erg gaan houden van Quirine en ik had meteen de wens om nog een verhaal rond haar te schrijven. Dat is Schuldig geworden. Het is inderdaad geen vervolg op Dodelijk bericht, maar een indringende gebeurtenis uit dat verhaal speelt wel een zeer belangrijke rol in het nieuwe avontuur.

Mogen we nog meer boeken met Quirine in de hoofdrol verwachten?

Zeg nooit nooit, maar ik heb op dit moment geen concreet plan om een nieuw verhaal rond Quirine te schrijven. Maar ik ben het wereldje van de young adults wel zeer gaan waarderen. Ik was verrast door het intensieve contact op sociale media rond youngadultboeken, en de warme reacties en betrokkenheid van lezers. Ik wil zeker nog meer voor hen schrijven.

 

Benieuwd naar Schuldig?
Bestel hem hier!

 

Geschreven door:
Maarten Hansen

Auteur – Angelo Vergeer

Een jongen die denkt dat hij niet zwart, maar blank is. Als kind ontvoerd uit een wit gezin, om als slaaf misbruikt te worden door een zwarte familie. Intrigerend. Maar waar gaat Niemandsland nu precies over? Schrijver Angelo Vergeer legt uit.

Je hebt vroeger als journalist gewerkt. Momenteel ben je aan de slag als schrijver en metrobestuurder. Hoe ben je tot deze carrièreswitch gekomen?

Een carrièreswitch was het eigenlijk niet. Ik heb twintig jaar als verslaggever bij De Telegraaf gewerkt. In die functie ben ik de hele wereld rondgetrokken en heb ik verhalen geschreven over van alles en nog wat. Rampen en oorlogen, én klein menselijk leed. Maar ook toen was ik al bezig met het schrijven van jeugdliteratuur.

Toen ik vader werd, hield ik de journalistiek voor bekeken en ging ik voor de kinderen zorgen. Dat heb ik een jaar of acht gedaan, tot ze groot genoeg waren om een beetje zelfstandig te functioneren. Toen wou ik weer gaan werken, want schrijver is een heel eenzaam beroep. Ik wou altijd al treinbestuurder worden, maar dat was weer een compleet nieuw vak wat ik moest leren, en ik was toen al in de vijftig. Ik ging naar een uitzendbureau en zag dat ik metrobestuurder kon worden. En nu bén ik dus metrobestuurder, drie dagen in de week. Ik heb veel tijd over om ernaast te schrijven, dus schrijven doe ik eigenlijk fulltime.

Haal je tijdens het schrijven nog inspiratie uit jouw verleden als journalist?

Niet echt. Het is wel zo dat mijn boeken vaak op waargebeurde feiten zijn gebaseerd, dus ik heb op die manier een link met journalistiek. Ik lees ook nog altijd veel en ik hou het nieuws bij, en als ik dan interessante zaken tegenkom, denk ik wel: Wow, is dat niets voor een boek?

Toch hou je er ook van om te schrijven over mensen die je zelf verzint. Hoe zit dat?

Ik kies een bepaald verhaal of nieuwsfeit om over te schrijven. Maar vaak vind ik de personages in zo’n verhaal wat saai. Dus dan ga ik er zelf dingen bij bedenken. Ik laat de personages veel meer dingen doen dan de oorspronkelijke mensen deden. Er is dus een groot verschil tussen hetgeen er werkelijk gebeurd is en mijn invulling daarvan.

Ik heb bijvoorbeeld ooit een boek geschreven over een jongetje dat thuiskwam en zijn moeder dood terugvond. Hij was bang dat hij naar een weeshuis moest, dus toen heeft hij een deken over zijn moeder heen gelegd, en hij is gewoon voort blijven leven. Het thema vond ik heel interessant, maar het jongetje was 9, en daar kon ik eigenlijk heel weinig mee. Ik wilde er echt een boek voor pubers van maken. Dus … toen ben ik toch weer gaan fantaseren.

Hoe plaats je jezelf in het hoofd van jouw personages, die toch jonger zijn dan jij?

De jeugd van tegenwoordig is heel anders dan wij waren. Communicatiemiddelen, sociale media, gamen: dat was er in mijn tijd allemaal niet. Maar ik schrijf vaak over emoties – over dingen als vertrouwen, liefde en relaties – en ik heb het idee dat die nog hetzelfde zijn als vijftig jaar geleden. Het decor is veranderd, maar de punten waar het om gaat, die blijven hetzelfde.

Een jongen die denkt dat hij niet zwart, maar blank is. Dat hij als kind is ontvoerd uit een wit gezin en als slaaf is misbruikt door een zwarte familie. Het klinkt zeer surreëel. Hoe ontstond het idee om hierover te schrijven?

Dit verhaal kwam dus écht voort uit een bericht dat ik las in de krant. Mijn eerste indruk was: Die jongen is niet wijs, wat raar. Maar lokale kranten hadden een oproep geplaatst voor getuigen. En toen waren er oudere stellen die inderdaad zeiden: ‘Ja, dat is onze zoon. Hij is ontvoerd.’ Ik knipte het verhaaltje uit, hing het op de koelkast en keek ernaar, en nog eens een keer, en toen ging me dat toch intrigeren. Langzamerhand ging ik erover fantaseren, en zo ontstond een verhaal.

In dat proces vind ik het op een gegeven moment niet meer belangrijk om op te zoeken wat het werkelijke verhaal was; ik vind het leuk om dat thema te gebruiken en daar zelf omheen te fantaseren. Ik probeer in het hoofd van die jongen te kruipen. Wat denkt hij? Wat heeft hij meegemaakt? Waarom doet hij zo? Het gaat me niet om de gebeurtenis, maar om de emoties erachter. Uiteindelijk gaat het boek dan ook niet eens zoveel over het verhaal uit de krant, maar over trouw, leugens en vriendschap.

Waarom koos je ervoor om te schrijven over deze onderwerpen?

Ik wil de lezer meegeven wat vriendschap en vertrouwen inhoudt, en hoe ermee om te gaan als dat vertrouwen verdwijnt. Daarom vind ik pubers zo interessant, want voor hen is alles nog nieuw. Je zit op de middelbare school en krijgt vrienden, maar wat moet je daarmee? Het is ook een leeftijd waarop je nog heel erg kunt twijfelen. Dat is een heel mooie ontwikkeling in het leven van iemand, en daarom vind ik het mooi om daarover te schrijven. In dit geval: liegt het hoofdpersonage, of liegt hij niet? Waarom ben je in iemand geïnteresseerd, of waarom net niet? Het zijn vragen die jongeren bezighouden.

Hoe verloopt jouw schrijfproces?

Ik ben een heel ambachtelijk schrijver. Je hebt schrijvers die meteen aan het schrijven gaan, en die zichzelf laten verrassen door hun eigen verhaal. Maar dat heb ik niet. Ik heb op een gegeven moment een centraal thema waar het verhaal over moet gaan. Bij Niemandsland was dat vertrouwen en vriendschap. Vervolgens creëerde ik de personages. Het verhaal gaat over een jongen, maar hij moest ook nog een gesprekspartner krijgen. Dan bracht ik de personages tot leven. Hebben ze hobby’s? Hebben ze veel vrienden?

Ik stel ook altijd een schema op, zodat ik weet waar het verhaal begint en eindigt. Als ik dan ga schrijven, zie ik het verhaal als een film voor me en hoef ik het alleen nog maar op te schrijven. De eerste versie komt altijd uit mijn hart, die schrijf ik binnen een paar weken uit. En dan begint het proces van herlezen, corrigeren en herschrijven. Dan krijg ik veel versies, die komen uit mijn verstand. Dan ben ik vooral bezig met het mooier en spannender maken van het verhaal. Maar het is dus echt een proces, het is niet dat ik lekker ga typen en wel zie wat ervan komt.

Maak je dan vooral stilistische aanpassingen, of maak je soms ook drastische veranderingen in de verhaallijn?

Allebei! Ik kan bezig zijn en plots merken dat een hoofdstuk niet goed zit. Dat het spannender of pakkender moet zijn. Ik ben ook altijd zoekend naar de juiste vormen en de juiste toon. Dat kan zelfs gaan over nuanceverschillen, zoals de keuze voor ‘het regent’ of ‘het miezert’.

Welke zin uit Niemandsland raakt jou het meest?

Mijn favoriete zin staat op pagina 107: Ik zag precies hetzelfde als wat mijn buurman zojuist moet hebben gezien, Jimmy was helemaal niet zwart, Jimmy was hartstikke blank. Wat iedereen aangrijpend vind aan  het hoofdpersonage Jimmy, is namelijk zijn huidskleur. Is hij nu zwart of blank? Dat is de hamvraag in het boek. Jimmy zegt zelf dat hij blank is en uit een blanke familie is ontvoerd. Maar hoe kan dat dan? En het grappige is dat Simon nu en dan denkt: Je bent zwart. En dat hij later weer denkt: Je bent hartstikke blank, wat is er nu met jou aan de hand? Daarover gaat eigenlijk het hele boek, als je die vraag kunt beantwoorden, dan ben je al voor een groot deel bij de oplossing van het probleem.

 

Benieuwd naar Niemandsland?
Bestel hem hier!

 

Geschreven door:
Maarten Hansen

Auteur – Nell De Smedt

In 2018 kwam Circe uit, en nu verschijnt met De vijfpuntige ster de tweede roman van Nell De Smedt. Beide boeken zijn van een zeer hoog niveau en staan vol gruwelijke en gewelddadige scènes. Opmerkelijk: Nell is nog maar 17 jaar oud! Moet ik me zorgen maken over wie ik tegenover me krijg voor het interview?

Hoe ziet jouw schrijfproces eruit?

Meestal begin ik heel impulsief. Ik begin te schrijven omdat ik één bepaalde scène in gedachten heb die ik meteen wil neerschrijven. Toen ik aan De vijfpuntige ster begon te schrijven was dat ook zo. Maar na een paar hoofdstukken werd het redelijk complex en kwamen er vorderingen in het verhaal, toen had ik wel de tijd genomen om een volledig stappenplan uit te tekenen. Ik kon niet in het wilde weg blijven schrijven, anders kwamen er onnauwkeurigheden in het verhaal.

Hoe kom je bij je onderwerp?

Meestal is het één bepaalde scène die me tot een onderwerp brengt. Ik heb ook altijd al een zwak gehad voor misdaadverhalen, en dan vooral de verhalen waarin de misdadigers met alles weg geraken. Dat is de leidraad in dit boek geweest.

Hoe komen jouw personages tot stand? Kijk je naar mensen om je heen ter inspiratie?

Eigenlijk kijk ik helemaal niet naar mensen in mijn omgeving bij het vormgeven van mijn personages. Als ik al inspiratie haal uit het echte leven zijn dat meestal mijn eigen karaktertrekken of gedachten, maar dan heel erg uitvergroot. Maar de personages in De vijfpuntige ster zijn eigenlijk volledig fictief. Voor het personage Laure in dit boek ben ik wel geïnspireerd door Bret Easton Ellis. Bepaalde karaktertrekken uit zijn boek American Psycho heb ik in mijn verhaal verwerkt.

In De vijfpuntige ster vertel je het verhaal door de ogen van de verschillende personages. Waarom heb je hiervoor gekozen?

Ik was dit van in het begin van plan. Ik heb het in Circe ook al een beetje gedaan, wisselen van personages, maar in De vijfpuntige ster doe ik dat gedurende het volledige verhaal. Ik had het gevoel dat meerdere perspectieven noodzakelijk waren om de spanning erin te houden. Je krijgt dan telkens een nieuwe kijk op de zaken en dan besef je dat wat voor één personage de waarheid is, voor een ander personage weer totaal iets anders is. Het is ook bevrijdend dat je niet vast zit aan één personage en dat je op die manier een draai aan de waarheid kan geven.

Heb je proeflezers?

Voornamelijk mijn papa. Wanneer iets op een rare manier verwoord is of niet overeenkomt met zaken die ik eerder heb geschreven maakt hij me hier attent op. Soms laat ik het ook door een vriendin lezen, maar het is niet zo dat veel mensen het verhaal lezen voor het uitkomt.

Waarom zit er een sombere wereldvisie in jouw verhalen? Stemt dat overeen met jouw toekomstvisie?

Ik heb geen negatieve blik op de wereld, hoor. Ik heb gewoon het gevoel dat er al genoeg chicklits op de markt zijn, niet dat daar iets mis mee is, maar ik vind dat de andere kant ook vertegenwoordigd mag worden.

Kun je je voorstellen dat je een ‘vrolijk’ boek schrijft?

Ik ga niet direct een vrolijk boek schrijven. Als ik een vrolijk boek schrijf zou er al een erge twist in moeten zitten.

Heeft het succes impact op jouw leven?

Amper eigenlijk. Als er al één verandering is geweest dan is het wel positief, zoals af en toe berichtjes krijgen van lezers of getagd worden in het instagramverhaal van iemand die net Circe heeft gelezen. Het is fijn om te zien dat je werk gewaardeerd wordt. Ik heb ook al enkele lezers geholpen met hun boekverslag, dus dat is wel tof.

Ben je zelf veranderd sinds Circe verscheen?

Ik sta wel positiever in het leven. Ik ben gemotiveerder om nieuwe dingen gewoon te proberen, want misschien lukken ze wel. Ik heb dus meer zelfvertrouwen gekregen.

De vijfpuntige ster is een boek met veel gruwel en geweld. Verwacht je dat mensen jou anders gaan bekijken nadat ze De vijfpuntige ster hebben gelezen?

Ik verwacht wel een paar opmerkingen te krijgen, maar ik verwacht niet dat mensen anders naar mij gaan kijken. Ik denk dat mensen, zeker zij die dicht bij me staan, het onderscheid tussen fictie en realiteit wel kunnen maken.

Je zit momenteel in je laatste jaar op het middelbaar. Hoe combineer je schrijven met school?

Die combinatie valt goed mee. Schrijven is wel erg tijdverslindend. Als ik schrijf gaat de tijd sneller vooruit dan normaal, dus moet ik soms opletten dat ik niet te lang bezig ben.

Hoe zie je jouw toekomst?

Ik ga volgend jaar studeren en ik zie me zeker niet stoppen met schrijven. Ik denk niet dat ik ooit full-time schrijver zal worden want daar moet je al veel geluk voor hebben. En dat zou dan sowieso pas na mijn studies zijn.

Heb je al plannen voor een volgend boek?

Ik ben voortdurend aan het schrijven, maar momenteel schrijf ik vooral kortverhalen. Er is nog niet echt een roman in de maak. Het idee voor dat boek zal me moeten overvallen.

 

Benieuwd naar De vijfpuntige ster?
Bestel hem hier!

 

Geschreven door:
Maarten Hansen

Auteur – Laura Diane

Hoera! Als de nacht eindigt is er! Dat is een moment waar veel lezers naar hebben uitgekeken, maar ook voor auteur Laura Diane was dit een belangrijke dag. Ik sprak haar net voor de verschijning van haar boek en stelde haar enkele vragen.

Op dit moment is Als de nacht eindigt af en het ligt eind november in de boekhandel. Kun je kort vertellen waar het verhaal over gaat?

Kort? Haha, want als ik eenmaal begin te vertellen … Het speelt zich af in Amerika en is een post-apocalyptisch, dystopisch verhaal. We bevinden ons in het jaar 2127 en het boek volgt het verhaal van Lya, een meisje van zeventien dat in een dorpje woont, genaamd Spruce Pine in North Carolina. Ze leeft in een tijd waarin de zon zo gevaarlijk is geworden dat je overdag niet naar buiten kunt. Ze leven ’s nachts en ze slapen overdag, ze komen alleen in het donker buiten.

Hoe ontstond het idee om Als de nacht eindigt te schrijven?

Ik ben heel erg geïnspireerd geraakt door Divergent en The Hunger Games. Daaruit is mijn liefde ontstaan voor het dystopische genre. Toen dacht ik: ik wil ook zo’n verhaal schrijven. Ik heb natuurlijk niet letterlijk elementen uit die verhalen gehaald, maar ik heb elementen gezocht die ik tof vond en daarmee ben ik dan een eigen verhaal gaan schrijven. Ik ben eigenlijk met een wat als-vraag begonnen: wat als je altijd in het donker zou moeten leven? Hoe zou dat komen? Waarom? Wat zijn de gevolgen? Ontwikkelen je zintuigen zich anders?

Zou het iets voor jou zijn, ’s nachts leven?

Ik hou wel van het donker. Dat vind ik heerlijk, ’s avonds, met kaarsjes aan.

Kun je kort iets vertellen over de belangrijkste personages?

Lya is uiteraard het belangrijkste personage, daarom is ze ook het hoofdpersonage. Ze is zeventien, woont bij haar vader en moeder en is enig kind. Haar vader is ernstig ziek. Daar heeft ze het moeilijk mee, want haar vader is haar grote held en ze deed er vroeger alles mee. Toen hij ziek werd, begon hij zich een beetje los te maken van haar, door haar weg te duwen om haar te beschermen. Ze kan daar niet mee omgaan. Op een dag loopt ze weg, maar ze moet opletten dat ze weer binnen is, voor de zon opkomt want anders verbrandt ze levend. Dat is natuurlijk een groot risico dat ze moet nemen om weg te gaan. Haar twee beste vriendinnen, die samen met haar weglopen, zijn Gwen en Carli. Dat zijn ook nog belangrijke personages. Ze lopen weg voor een dag en dat loopt niet zo goed af.

Spannend! Je hebt dus één hoofdpersonage en twee belangrijke nevenpersonages. Hoe heb je die gecreëerd?

Ik ben een heel intuïtieve schrijver, dus het gaat mij heel erg om gevoel. Ik denk wel dat er in elk van de meisjes iets van mij zit. Daar ontkom je niet aan. Maar geen enkel van de drie lijkt echt sterk op mij. Ik heb niets gepland, geen karakterdossiers gemaakt … Ik heb uiteraard wel dingen opgeschreven, maar alles gebeurt echt gaandeweg. Vanuit die wat als-vraag breidt alles zich steeds verder uit. Ik heb bijvoorbeeld ook eerst alles geschreven en het daarna pas in hoofdstukken verdeeld. Geloof het of niet, het paste gewoon haha.

Heb je altijd al gedroomd van schrijver worden?

Ik heb fanfiction geschreven toen ik tiener was. Dat vond ik altijd wel leuk om te schrijven en om verhalen te verzinnen. Maar eigenlijk pas toen ik dat dystopische genre ontdekte … Het is eigenlijk begonnen met Twilight, toen ben ik helemaal in het lezen geraakt. Dan kwamen de dystopische boeken en toen dacht ik: zo een verhaal wil ik ook schrijven. En dat ben ik gewoon gaan doen. Vaak lees je wel dat mensen al schreven toen ze nog klein waren, maar dat was eigenlijk niet zo bij mij. Iemand vroeg me ook wat ik als studie heb gedaan. Ik werk in de kinderopvang dus dat heeft absoluut niets met taal te maken. Maar dat hoeft ook helemaal niet.

Heb je veel research moeten doen voor het dystopische verhaal?

Ja, enorm! Omdat de plaats waar het zich afspeelt ook echt bestaat. Google Maps en Earth/Streetview zijn veelvuldig aan bod gekomen om te kijken hoe het er uitziet. Er bestaat ook een boek over de plaats waar het zich afspeelt. Dat heb ik dus gekocht en daar zit veel achtergrondinformatie in, ook foto’s en die wilde ik echt wel hebben. Daarnaast is er natuurlijk ook research over wat er kan, wat is realistisch en wat niet. Ik heb zelfs een hoogleraar gemaild om te checken of iets kon. Dat was best wetenschappelijk. Ik vind het wel leuk om van de ene website naar de andere door te klikken. Soms ga je dan te ver en moet je weer even terug. Het leuke is wel dat dus alle wetenschappelijke dingetjes kloppen. Ik wil heel graag dat het klopt. Ik ben als de dood dat iemand zegt dat het echt niet kan. Maar het speelt zich in de toekomst af dus wie weet wat er allemaal kan.

Je haalde daarstraks zelf aan dat je zelf ook graag leest. Waaraan erger je je dan bijvoorbeeld? En tijdens het schrijven?

Waar ik me aan kan ergeren en waar ik ook echt allergisch voor ben, is als bepaalde woorden in één alinea steeds worden herhaald. Daar kan ik niet tegen. Het hoeven zelfs geen tussenvoegsels te zijn, maar ook echt specifieke woorden. Ik let daar dus tijdens het schrijven ook heel erg op.

Er gaan waarschijnlijk lezersreacties komen. Vind je dat belangrijk?

Ik vind het vooral spannend. Of ik er iets mee ga doen, ligt vooral aan hoe het gezegd wordt, op welke manier. Ik schrijf vooral voor mezelf, wat ik leuk vind en wat ik wil lezen. Er zijn zoveel verschillende meningen en smaken… Ik vergelijk het altijd met 50 tinten grijs. Ik vond het helemaal niks, terwijl anderen het niet kunnen wegleggen. Er zullen wel mensen zijn die mijn boek niet leuk gaan vinden en ik ga een manier moeten zoeken om daarmee om te gaan want ik ben wat dat betreft erg perfectionistisch en onzeker.

Hoeveel delen mogen we verwachten?

Het worden twee delen. Ik heb expres geen trilogie geschreven.

Ga je afscheid kunnen nemen van je personages?

Daar heb ik nu al moeite mee. Ik ben nu bezig met de tweede versie van deel twee, daarna gaat het naar de proeflezers. Mijn moeder, die natuurlijk licht bevooroordeeld is, is heel erg enthousiast. Ze vindt het tweede boek beter dan het eerste.

En daarna?

Ik heb het idee in mijn hoofd zitten om met één personage dat ik net niet genoemd heb nog iets te gaan doen, want dat personage heeft een heel interessante achtergrond. Dat wordt misschien een novelle. Zijn achtergrond is echt boeiend. Ik heb nu ook een idee in mijn hoofd voor een standalone. En nu pas op vakantie  heb ik een idee opgedaan voor een nieuwe serie.

Er zitten nog heel wat projecten aan te komen!

Benieuwd naar de eerste hoofdstukken van Als de nacht eindigt? Je leest ze hier

Geschreven door:
Valerie van Valeries Boekenwereld

Auteur – Joke Benoot

Joke Benoot werd op korte tijd twee keer mama: van haar eerste kindje én van haar eerste boek. Haar debuut De regen is warm is een verhaal over een wereld waar kinderen opgroeien die geen thuis hebben, maar een tehuis. Over takken die verder groeien, ook als ze geen wortels meer hebben of knakken.

Heb je altijd al willen schrijven?

Ik heb altijd al graag geschreven. Als kind verzon ik voortdurend verhalen en gedichten. Al moet ik zeggen dat ik ze het liefste in de tuin zou begraven als ik ze nu teruglees. (lacht) Vijf jaar geleden heb ik de draad weer opgepakt, en nu is er dus mijn eerste boek!

Hoe kwam dit verhaal tot stand?

Als kinderpsychologe heb ik jarenlang mogen luisteren naar de verhalen van kinderen die écht leven in de wereld van De regen is warm. Spijtig genoeg is die wereld weinig zichtbaar voor mensen die er niet rechtstreeks mee te maken krijgen, en daar heb ik altijd iets aan willen doen. Toen ik aan de cursus Literaire Creatie begon aan het conservatorium, stonden de eerste kiemen van dit verhaal dan ook al snel op papier.

Je werk als kinderpsychologe heeft je dus erg geïnspireerd?

De verhalen van de jongeren en gezinnen waar ik mee werk, raken mij erg. Ik vind het een voorrecht om ernaar te mogen luisteren en mee te mogen zoeken naar wat ze nodig hebben. Het is indrukwekkend hoeveel veerkracht deze jongeren vaak tonen en hoe sterk ze zijn in moeilijke omstandigheden. Die bewondering wil ik graag overbrengen op mijn lezers, en ze zo hopelijk ook inspireren.

Hoe verloopt jouw schrijfproces?

Ik schrijf vooral vanuit de personages. Ik neem veel tijd om ze goed te leren kennen, tot in de kleinste details. Als dat goed zit, volgt het verhaal vanzelf. Ik schrijf zonder plan of uitgewerkte structuur, dat komt pas veel later. Het einde kende ik zelf nog niet toen ik aan het boek begon. Maar dat vind ik juist leuk.

Wat is jouw favoriete boek?

Dat vind ik heel moeilijk. Als ik iets kies, voelt dat als verraad aan mijn andere lievelingsboeken. Als young adult verslond ik de boeken van Tonke Dragt. Ogen van tijgers en Geheimen van het Wilde Woud waren mijn favorieten. Verder hou ik heel erg van het werk van David Mitchell. Hij schrijft heel verschillende soorten boeken, maar ik vind ze áltijd goed. Voor young adults is Dertien bijvoorbeeld perfect.

Wil je de lezers nog iets meegeven?

Dat je vooral je eigen wijsheid moet ontdekken. En dat het oké is om die niet meteen te vinden en eerst wat te ploeteren. Mijn opa gebruikt vaak een spreekwoord uit Zuid-Afrika: ons moet soek en trek en sukkel. Ik denk dat mijn boek ook daarover gaat. Ik geloof niet dat je kunt worden wat en wie je maar wilt; je bent evengoed wat je overkomt. Waar je geboren wordt, wat je meemaakt onderweg: het bepaalt zoveel. Maar het is oké om te vallen en dan weer recht te krabbelen. We doen allemaal maar wat.

Benieuwd naar de eerste hoofdstukken van De regen is warm? Je leest ze hier!

 

Geschreven door:
Nîne Reniers

Auteur – Guido Eekhaut

Guido Eekhaut heeft al heel wat titels op zijn naam staan. Met Enigma schreef hij dit jaar zijn allereerste young adult roman. Benieuwd hoe hem dat bevallen is! Ik (Valerie van Valeries Boekenwereld) mocht hem tijdens het Clavis Book Café enkele vragen stellen.

Lezers kennen jou in eerste instantie mogelijk van ander werk (misdaadromans en literaire fantasie). En dan opeens ligt Enigma er, een verhaal voor young adults. Waarom heb je besloten om een andere richting uit te gaan met dit nieuwste boek?

Enigma is oorspronkelijk niet geschreven voor young adults. Ik schreef het voor de Amerikaanse markt in 2016, maar die markt is niet zo flexibel. Aangezien ik daar vooral misdaadverhalen verkocht, zag mijn agent het niet zitten om van genre te veranderen. Daarom heb ik er een Nederlandse versie van gemaakt en heb ik die opgestuurd naar enkele Nederlandse uitgevers in 2017. Maar eind dat jaar zag ik de stand van Clavis op de Boekenbeurs en dacht ik: ‘Waarom stuur ik het niet gewoon naar Clavis in plaats van naar Nederland?’

Enigma werd toevallig een verhaal voor young adults. Ik schrijf eigenlijk nooit voor een bepaald doelpubliek, want ik weet niet wie mijn boeken leest. Maar door de inhoud, omstandigheden en personages heeft de uitgever er hier geen probleem mee gehad om het uit te brengen voor jongeren, hoewel ik daar zelf verbaasd over was. Ik dacht: ‘Dit komt nooit goed.’ Het is dus eigenlijk een zeer gelukkig toeval en dat vind ik fantastisch.

Je recentere werk voor volwassen is vooral proza of misdaad. Enigma past niet helemaal in dat rijtje, in die zin dat het een sterk sciencefictionverhaal is. Hoe komt dat?

Ik heb vroeger, in mijn snotjaren (lacht), heel wat sciencefiction geschreven, maar er was zo goed als geen markt voor. Ik noem het zelf liever speculatieve fictie, omdat ik vind dat deze term de lading beter dekt. Dit was een genre waar ik dus na een tijdje niet meer actief in was bij gebrek aan een markt.

Het feit dat ik met misdaad begonnen ben, is puur toeval, omdat op zeker ogenblik een uitgever mij om een misdaadboek vroeg.

Heb je voor dit boek veel research gedaan over de mogelijkheden van de mens in de toekomst of berust het verhaal veeleer op je eigen fantasie?

Research is voor veel schrijvers een beetje het grote zwarte schaap. Sommige schrijvers doen enkele jaren research om een goed boek te schrijven, terwijl ik net genoeg research doe om geen stommiteiten te schrijven. Je moet voor sciencefiction natuurlijk een aantal dingen technisch juist hebben, zoals de zwaartekracht op de maan. Dus je moet ergens wel research doen, maar er volgens mij niet in overdrijven. Genoeg zodat het echt lijkt.

Het achtergrondverhaal van de aarde in moeilijkheden, daar geloof ik persoonlijk niet helemaal in. We gaan nooit met 13 miljard mensen zijn. Hoe complexer en democratischer een samenleving wordt, hoe minder kinderen er zijn. Dat zien we overal. Ik geloof in technologie en ik denk dat we in staat zullen zijn om de problemen die we vandaag kennen op te lossen. Er gaat op dit moment heel veel energie naar het voorkomen van de klimaatopwarming, maar dat kunnen we niet. We kunnen wel nu nadenken over hoe we daarmee kunnen leven.

Britt is een heel boeiend hoofdpersonage en een ideale gids in het verhaal. Hoe creëer jij je personages? Is het moeilijk om als man een vrouwelijk hoofdpersonage te creëren?

Ik weet niet hoe ik dat doe (lacht). Ik denk dat er niet zulke specifieke dingen zijn die zo fundamenteel van elkaar verschillen dat we elkaar niet kunnen verstaan. Ik ben ook opgegroeid tussen vrouwen en ben vaak in vrouwelijk gezelschap. Misschien helpt mij dat een beetje, maar ik zou evengoed over mannelijke personages kunnen schrijven. Je moet maar een beetje rondom je kennen. Het feit is dat ik meer interessante vrouwen ken dan mannen (lacht). Maar dat ligt misschien aan mij.

Britt is misschien voor vijf of tien procent een afspiegeling van vrouwen die ik ken, maar voor het grootste deel is alles verzonnen. Dat is natuurlijk ergens altijd zo met dingen die je verzint, dat ze een afspiegeling vormen van de dingen en mensen rondom je.

Het fijne aan jonge hoofdpersonages zoals Britt is dat ze zichzelf nog vormen. De wereld is dan nog wauw.

Wat vind je het leukst aan het schrijven van een verhaal voor young adults in vergelijking met je andere boeken? Wat doe je met feedback?

Schrijven is voor mij eigenlijk een organisch proces, ik weet nooit waar het naartoe zal gaan. Meestal zorgt dat halverwege wel voor problemen (lacht). Maar ik weet dus ook nooit wie mijn boek zal lezen, want ik weet zelfs niet wat 15-jarigen vandaag lezen. Dus ik schrijf nooit op voorhand voor een bepaald doelpubliek.

Ik googel af en toe mezelf om te kijken of er recensies zijn verschenen, maar dat valt best mee. Ik ben er eigenlijk niet echt mee bezig. Het is leuk, maar je loopt het risico ook slechte recensies tegen te komen. Eigenlijk is het voor mij niet zo belangrijk en absoluut geen motiverende factor. Ik schrijf niet om populair te worden of opdat mensen me graag zouden zien. Daar moet je wel gek voor zijn. Je moet dat vanuit jezelf doen en je eigen belang als schrijver relativeren. Je gaat de wereld niet veranderen, dat kunnen schrijvers vandaag niet meer.

Mogen we binnenkort nog meer youngadultverhalen van je verwachten?

Binnenkort verschijnt er een nieuw boek dat geen vervolg is op Enigma, maar wat een eerste deel van een nieuwe serie zou kunnen worden. Het is dan uiteindelijk wel de bedoeling dat beide series op een gegeven moment ergens samenkomen. Daar heb ik momenteel al een zeer vaag idee over (lacht).

Het nieuwe boek speelt zich veel verder af in de toekomst dan Enigma. Als Enigma zich 50 jaar verder in de toekomst bevindt, speelt het andere boek zich 500 jaar verder af. De dingen die je in Enigma ziet, zijn dingen die wij al (bijna) kunnen. In het andere boek zijn mensen zich al niet meer bewust van wat een technologie allemaal inhoudt. Over 500 jaar zijn alle dingen gerealiseerd die wij nu onmogelijk achten. In die wereld trekken mensen zich niks meer aan van die technologie, net zoals wij nu omgaan met bepaalde technologie zoals auto’s en mobiele telefoons.

De planning voor 2019 is best goed gevuld (lacht). Er zijn twee boeken waarvan mijn alternatieve  uitgever heeft beloofd ze eindelijk te gaan uitgeven. In de zomer verschijnt mijn nieuwste boek bij Clavis. In de VS verschijnt er ook nog een boek in de zomer en bij een andere Vlaamse uitgeverij verschijnt dan in het najaar Het huwelijk van ijs en tijd, een titel waar ik zelf heel blij om ben. In 2020 verschijnt dan het vervolg op Enigma. Schrijven is echt een passie!

Geschreven door:
Valerie van Valeries Boekenwereld

Benieuwd naar Enigma? Lees hier de recensie van Valeries Boekenwereld!