Auteur – Angelo Vergeer

Een jongen die denkt dat hij niet zwart, maar blank is. Als kind ontvoerd uit een wit gezin, om als slaaf misbruikt te worden door een zwarte familie. Intrigerend. Maar waar gaat Niemandsland nu precies over? Schrijver Angelo Vergeer legt uit.

Je hebt vroeger als journalist gewerkt. Momenteel ben je aan de slag als schrijver en metrobestuurder. Hoe ben je tot deze carrièreswitch gekomen?

Een carrièreswitch was het eigenlijk niet. Ik heb twintig jaar als verslaggever bij De Telegraaf gewerkt. In die functie ben ik de hele wereld rondgetrokken en heb ik verhalen geschreven over van alles en nog wat. Rampen en oorlogen, én klein menselijk leed. Maar ook toen was ik al bezig met het schrijven van jeugdliteratuur.

Toen ik vader werd, hield ik de journalistiek voor bekeken en ging ik voor de kinderen zorgen. Dat heb ik een jaar of acht gedaan, tot ze groot genoeg waren om een beetje zelfstandig te functioneren. Toen wou ik weer gaan werken, want schrijver is een heel eenzaam beroep. Ik wou altijd al treinbestuurder worden, maar dat was weer een compleet nieuw vak wat ik moest leren, en ik was toen al in de vijftig. Ik ging naar een uitzendbureau en zag dat ik metrobestuurder kon worden. En nu bén ik dus metrobestuurder, drie dagen in de week. Ik heb veel tijd over om ernaast te schrijven, dus schrijven doe ik eigenlijk fulltime.

Haal je tijdens het schrijven nog inspiratie uit jouw verleden als journalist?

Niet echt. Het is wel zo dat mijn boeken vaak op waargebeurde feiten zijn gebaseerd, dus ik heb op die manier een link met journalistiek. Ik lees ook nog altijd veel en ik hou het nieuws bij, en als ik dan interessante zaken tegenkom, denk ik wel: Wow, is dat niets voor een boek?

Toch hou je er ook van om te schrijven over mensen die je zelf verzint. Hoe zit dat?

Ik kies een bepaald verhaal of nieuwsfeit om over te schrijven. Maar vaak vind ik de personages in zo’n verhaal wat saai. Dus dan ga ik er zelf dingen bij bedenken. Ik laat de personages veel meer dingen doen dan de oorspronkelijke mensen deden. Er is dus een groot verschil tussen hetgeen er werkelijk gebeurd is en mijn invulling daarvan.

Ik heb bijvoorbeeld ooit een boek geschreven over een jongetje dat thuiskwam en zijn moeder dood terugvond. Hij was bang dat hij naar een weeshuis moest, dus toen heeft hij een deken over zijn moeder heen gelegd, en hij is gewoon voort blijven leven. Het thema vond ik heel interessant, maar het jongetje was 9, en daar kon ik eigenlijk heel weinig mee. Ik wilde er echt een boek voor pubers van maken. Dus … toen ben ik toch weer gaan fantaseren.

Hoe plaats je jezelf in het hoofd van jouw personages, die toch jonger zijn dan jij?

De jeugd van tegenwoordig is heel anders dan wij waren. Communicatiemiddelen, sociale media, gamen: dat was er in mijn tijd allemaal niet. Maar ik schrijf vaak over emoties – over dingen als vertrouwen, liefde en relaties – en ik heb het idee dat die nog hetzelfde zijn als vijftig jaar geleden. Het decor is veranderd, maar de punten waar het om gaat, die blijven hetzelfde.

Een jongen die denkt dat hij niet zwart, maar blank is. Dat hij als kind is ontvoerd uit een wit gezin en als slaaf is misbruikt door een zwarte familie. Het klinkt zeer surreëel. Hoe ontstond het idee om hierover te schrijven?

Dit verhaal kwam dus écht voort uit een bericht dat ik las in de krant. Mijn eerste indruk was: Die jongen is niet wijs, wat raar. Maar lokale kranten hadden een oproep geplaatst voor getuigen. En toen waren er oudere stellen die inderdaad zeiden: ‘Ja, dat is onze zoon. Hij is ontvoerd.’ Ik knipte het verhaaltje uit, hing het op de koelkast en keek ernaar, en nog eens een keer, en toen ging me dat toch intrigeren. Langzamerhand ging ik erover fantaseren, en zo ontstond een verhaal.

In dat proces vind ik het op een gegeven moment niet meer belangrijk om op te zoeken wat het werkelijke verhaal was; ik vind het leuk om dat thema te gebruiken en daar zelf omheen te fantaseren. Ik probeer in het hoofd van die jongen te kruipen. Wat denkt hij? Wat heeft hij meegemaakt? Waarom doet hij zo? Het gaat me niet om de gebeurtenis, maar om de emoties erachter. Uiteindelijk gaat het boek dan ook niet eens zoveel over het verhaal uit de krant, maar over trouw, leugens en vriendschap.

Waarom koos je ervoor om te schrijven over deze onderwerpen?

Ik wil de lezer meegeven wat vriendschap en vertrouwen inhoudt, en hoe ermee om te gaan als dat vertrouwen verdwijnt. Daarom vind ik pubers zo interessant, want voor hen is alles nog nieuw. Je zit op de middelbare school en krijgt vrienden, maar wat moet je daarmee? Het is ook een leeftijd waarop je nog heel erg kunt twijfelen. Dat is een heel mooie ontwikkeling in het leven van iemand, en daarom vind ik het mooi om daarover te schrijven. In dit geval: liegt het hoofdpersonage, of liegt hij niet? Waarom ben je in iemand geïnteresseerd, of waarom net niet? Het zijn vragen die jongeren bezighouden.

Hoe verloopt jouw schrijfproces?

Ik ben een heel ambachtelijk schrijver. Je hebt schrijvers die meteen aan het schrijven gaan, en die zichzelf laten verrassen door hun eigen verhaal. Maar dat heb ik niet. Ik heb op een gegeven moment een centraal thema waar het verhaal over moet gaan. Bij Niemandsland was dat vertrouwen en vriendschap. Vervolgens creëerde ik de personages. Het verhaal gaat over een jongen, maar hij moest ook nog een gesprekspartner krijgen. Dan bracht ik de personages tot leven. Hebben ze hobby’s? Hebben ze veel vrienden?

Ik stel ook altijd een schema op, zodat ik weet waar het verhaal begint en eindigt. Als ik dan ga schrijven, zie ik het verhaal als een film voor me en hoef ik het alleen nog maar op te schrijven. De eerste versie komt altijd uit mijn hart, die schrijf ik binnen een paar weken uit. En dan begint het proces van herlezen, corrigeren en herschrijven. Dan krijg ik veel versies, die komen uit mijn verstand. Dan ben ik vooral bezig met het mooier en spannender maken van het verhaal. Maar het is dus echt een proces, het is niet dat ik lekker ga typen en wel zie wat ervan komt.

Maak je dan vooral stilistische aanpassingen, of maak je soms ook drastische veranderingen in de verhaallijn?

Allebei! Ik kan bezig zijn en plots merken dat een hoofdstuk niet goed zit. Dat het spannender of pakkender moet zijn. Ik ben ook altijd zoekend naar de juiste vormen en de juiste toon. Dat kan zelfs gaan over nuanceverschillen, zoals de keuze voor ‘het regent’ of ‘het miezert’.

Welke zin uit Niemandsland raakt jou het meest?

Mijn favoriete zin staat op pagina 107: Ik zag precies hetzelfde als wat mijn buurman zojuist moet hebben gezien, Jimmy was helemaal niet zwart, Jimmy was hartstikke blank. Wat iedereen aangrijpend vind aan  het hoofdpersonage Jimmy, is namelijk zijn huidskleur. Is hij nu zwart of blank? Dat is de hamvraag in het boek. Jimmy zegt zelf dat hij blank is en uit een blanke familie is ontvoerd. Maar hoe kan dat dan? En het grappige is dat Simon nu en dan denkt: Je bent zwart. En dat hij later weer denkt: Je bent hartstikke blank, wat is er nu met jou aan de hand? Daarover gaat eigenlijk het hele boek, als je die vraag kunt beantwoorden, dan ben je al voor een groot deel bij de oplossing van het probleem.

 

Benieuwd naar Niemandsland?
Bestel hem hier!

 

Geschreven door:
Maarten Hansen

Auteur – Nell De Smedt

In 2018 kwam Circe uit, en nu verschijnt met De vijfpuntige ster de tweede roman van Nell De Smedt. Beide boeken zijn van een zeer hoog niveau en staan vol gruwelijke en gewelddadige scènes. Opmerkelijk: Nell is nog maar 17 jaar oud! Moet ik me zorgen maken over wie ik tegenover me krijg voor het interview?

Hoe ziet jouw schrijfproces eruit?

Meestal begin ik heel impulsief. Ik begin te schrijven omdat ik één bepaalde scène in gedachten heb die ik meteen wil neerschrijven. Toen ik aan De vijfpuntige ster begon te schrijven was dat ook zo. Maar na een paar hoofdstukken werd het redelijk complex en kwamen er vorderingen in het verhaal, toen had ik wel de tijd genomen om een volledig stappenplan uit te tekenen. Ik kon niet in het wilde weg blijven schrijven, anders kwamen er onnauwkeurigheden in het verhaal.

Hoe kom je bij je onderwerp?

Meestal is het één bepaalde scène die me tot een onderwerp brengt. Ik heb ook altijd al een zwak gehad voor misdaadverhalen, en dan vooral de verhalen waarin de misdadigers met alles weg geraken. Dat is de leidraad in dit boek geweest.

Hoe komen jouw personages tot stand? Kijk je naar mensen om je heen ter inspiratie?

Eigenlijk kijk ik helemaal niet naar mensen in mijn omgeving bij het vormgeven van mijn personages. Als ik al inspiratie haal uit het echte leven zijn dat meestal mijn eigen karaktertrekken of gedachten, maar dan heel erg uitvergroot. Maar de personages in De vijfpuntige ster zijn eigenlijk volledig fictief. Voor het personage Laure in dit boek ben ik wel geïnspireerd door Bret Easton Ellis. Bepaalde karaktertrekken uit zijn boek American Psycho heb ik in mijn verhaal verwerkt.

In De vijfpuntige ster vertel je het verhaal door de ogen van de verschillende personages. Waarom heb je hiervoor gekozen?

Ik was dit van in het begin van plan. Ik heb het in Circe ook al een beetje gedaan, wisselen van personages, maar in De vijfpuntige ster doe ik dat gedurende het volledige verhaal. Ik had het gevoel dat meerdere perspectieven noodzakelijk waren om de spanning erin te houden. Je krijgt dan telkens een nieuwe kijk op de zaken en dan besef je dat wat voor één personage de waarheid is, voor een ander personage weer totaal iets anders is. Het is ook bevrijdend dat je niet vast zit aan één personage en dat je op die manier een draai aan de waarheid kan geven.

Heb je proeflezers?

Voornamelijk mijn papa. Wanneer iets op een rare manier verwoord is of niet overeenkomt met zaken die ik eerder heb geschreven maakt hij me hier attent op. Soms laat ik het ook door een vriendin lezen, maar het is niet zo dat veel mensen het verhaal lezen voor het uitkomt.

Waarom zit er een sombere wereldvisie in jouw verhalen? Stemt dat overeen met jouw toekomstvisie?

Ik heb geen negatieve blik op de wereld, hoor. Ik heb gewoon het gevoel dat er al genoeg chicklits op de markt zijn, niet dat daar iets mis mee is, maar ik vind dat de andere kant ook vertegenwoordigd mag worden.

Kun je je voorstellen dat je een ‘vrolijk’ boek schrijft?

Ik ga niet direct een vrolijk boek schrijven. Als ik een vrolijk boek schrijf zou er al een erge twist in moeten zitten.

Heeft het succes impact op jouw leven?

Amper eigenlijk. Als er al één verandering is geweest dan is het wel positief, zoals af en toe berichtjes krijgen van lezers of getagd worden in het instagramverhaal van iemand die net Circe heeft gelezen. Het is fijn om te zien dat je werk gewaardeerd wordt. Ik heb ook al enkele lezers geholpen met hun boekverslag, dus dat is wel tof.

Ben je zelf veranderd sinds Circe verscheen?

Ik sta wel positiever in het leven. Ik ben gemotiveerder om nieuwe dingen gewoon te proberen, want misschien lukken ze wel. Ik heb dus meer zelfvertrouwen gekregen.

De vijfpuntige ster is een boek met veel gruwel en geweld. Verwacht je dat mensen jou anders gaan bekijken nadat ze De vijfpuntige ster hebben gelezen?

Ik verwacht wel een paar opmerkingen te krijgen, maar ik verwacht niet dat mensen anders naar mij gaan kijken. Ik denk dat mensen, zeker zij die dicht bij me staan, het onderscheid tussen fictie en realiteit wel kunnen maken.

Je zit momenteel in je laatste jaar op het middelbaar. Hoe combineer je schrijven met school?

Die combinatie valt goed mee. Schrijven is wel erg tijdverslindend. Als ik schrijf gaat de tijd sneller vooruit dan normaal, dus moet ik soms opletten dat ik niet te lang bezig ben.

Hoe zie je jouw toekomst?

Ik ga volgend jaar studeren en ik zie me zeker niet stoppen met schrijven. Ik denk niet dat ik ooit full-time schrijver zal worden want daar moet je al veel geluk voor hebben. En dat zou dan sowieso pas na mijn studies zijn.

Heb je al plannen voor een volgend boek?

Ik ben voortdurend aan het schrijven, maar momenteel schrijf ik vooral kortverhalen. Er is nog niet echt een roman in de maak. Het idee voor dat boek zal me moeten overvallen.

 

Benieuwd naar De vijfpuntige ster?
Bestel hem hier!

 

Geschreven door:
Maarten Hansen

Auteur – Laura Diane

Hoera! Als de nacht eindigt is er! Dat is een moment waar veel lezers naar hebben uitgekeken, maar ook voor auteur Laura Diane was dit een belangrijke dag. Ik sprak haar net voor de verschijning van haar boek en stelde haar enkele vragen.

Op dit moment is Als de nacht eindigt af en het ligt eind november in de boekhandel. Kun je kort vertellen waar het verhaal over gaat?

Kort? Haha, want als ik eenmaal begin te vertellen … Het speelt zich af in Amerika en is een post-apocalyptisch, dystopisch verhaal. We bevinden ons in het jaar 2127 en het boek volgt het verhaal van Lya, een meisje van zeventien dat in een dorpje woont, genaamd Spruce Pine in North Carolina. Ze leeft in een tijd waarin de zon zo gevaarlijk is geworden dat je overdag niet naar buiten kunt. Ze leven ’s nachts en ze slapen overdag, ze komen alleen in het donker buiten.

Hoe ontstond het idee om Als de nacht eindigt te schrijven?

Ik ben heel erg geïnspireerd geraakt door Divergent en The Hunger Games. Daaruit is mijn liefde ontstaan voor het dystopische genre. Toen dacht ik: ik wil ook zo’n verhaal schrijven. Ik heb natuurlijk niet letterlijk elementen uit die verhalen gehaald, maar ik heb elementen gezocht die ik tof vond en daarmee ben ik dan een eigen verhaal gaan schrijven. Ik ben eigenlijk met een wat als-vraag begonnen: wat als je altijd in het donker zou moeten leven? Hoe zou dat komen? Waarom? Wat zijn de gevolgen? Ontwikkelen je zintuigen zich anders?

Zou het iets voor jou zijn, ’s nachts leven?

Ik hou wel van het donker. Dat vind ik heerlijk, ’s avonds, met kaarsjes aan.

Kun je kort iets vertellen over de belangrijkste personages?

Lya is uiteraard het belangrijkste personage, daarom is ze ook het hoofdpersonage. Ze is zeventien, woont bij haar vader en moeder en is enig kind. Haar vader is ernstig ziek. Daar heeft ze het moeilijk mee, want haar vader is haar grote held en ze deed er vroeger alles mee. Toen hij ziek werd, begon hij zich een beetje los te maken van haar, door haar weg te duwen om haar te beschermen. Ze kan daar niet mee omgaan. Op een dag loopt ze weg, maar ze moet opletten dat ze weer binnen is, voor de zon opkomt want anders verbrandt ze levend. Dat is natuurlijk een groot risico dat ze moet nemen om weg te gaan. Haar twee beste vriendinnen, die samen met haar weglopen, zijn Gwen en Carli. Dat zijn ook nog belangrijke personages. Ze lopen weg voor een dag en dat loopt niet zo goed af.

Spannend! Je hebt dus één hoofdpersonage en twee belangrijke nevenpersonages. Hoe heb je die gecreëerd?

Ik ben een heel intuïtieve schrijver, dus het gaat mij heel erg om gevoel. Ik denk wel dat er in elk van de meisjes iets van mij zit. Daar ontkom je niet aan. Maar geen enkel van de drie lijkt echt sterk op mij. Ik heb niets gepland, geen karakterdossiers gemaakt … Ik heb uiteraard wel dingen opgeschreven, maar alles gebeurt echt gaandeweg. Vanuit die wat als-vraag breidt alles zich steeds verder uit. Ik heb bijvoorbeeld ook eerst alles geschreven en het daarna pas in hoofdstukken verdeeld. Geloof het of niet, het paste gewoon haha.

Heb je altijd al gedroomd van schrijver worden?

Ik heb fanfiction geschreven toen ik tiener was. Dat vond ik altijd wel leuk om te schrijven en om verhalen te verzinnen. Maar eigenlijk pas toen ik dat dystopische genre ontdekte … Het is eigenlijk begonnen met Twilight, toen ben ik helemaal in het lezen geraakt. Dan kwamen de dystopische boeken en toen dacht ik: zo een verhaal wil ik ook schrijven. En dat ben ik gewoon gaan doen. Vaak lees je wel dat mensen al schreven toen ze nog klein waren, maar dat was eigenlijk niet zo bij mij. Iemand vroeg me ook wat ik als studie heb gedaan. Ik werk in de kinderopvang dus dat heeft absoluut niets met taal te maken. Maar dat hoeft ook helemaal niet.

Heb je veel research moeten doen voor het dystopische verhaal?

Ja, enorm! Omdat de plaats waar het zich afspeelt ook echt bestaat. Google Maps en Earth/Streetview zijn veelvuldig aan bod gekomen om te kijken hoe het er uitziet. Er bestaat ook een boek over de plaats waar het zich afspeelt. Dat heb ik dus gekocht en daar zit veel achtergrondinformatie in, ook foto’s en die wilde ik echt wel hebben. Daarnaast is er natuurlijk ook research over wat er kan, wat is realistisch en wat niet. Ik heb zelfs een hoogleraar gemaild om te checken of iets kon. Dat was best wetenschappelijk. Ik vind het wel leuk om van de ene website naar de andere door te klikken. Soms ga je dan te ver en moet je weer even terug. Het leuke is wel dat dus alle wetenschappelijke dingetjes kloppen. Ik wil heel graag dat het klopt. Ik ben als de dood dat iemand zegt dat het echt niet kan. Maar het speelt zich in de toekomst af dus wie weet wat er allemaal kan.

Je haalde daarstraks zelf aan dat je zelf ook graag leest. Waaraan erger je je dan bijvoorbeeld? En tijdens het schrijven?

Waar ik me aan kan ergeren en waar ik ook echt allergisch voor ben, is als bepaalde woorden in één alinea steeds worden herhaald. Daar kan ik niet tegen. Het hoeven zelfs geen tussenvoegsels te zijn, maar ook echt specifieke woorden. Ik let daar dus tijdens het schrijven ook heel erg op.

Er gaan waarschijnlijk lezersreacties komen. Vind je dat belangrijk?

Ik vind het vooral spannend. Of ik er iets mee ga doen, ligt vooral aan hoe het gezegd wordt, op welke manier. Ik schrijf vooral voor mezelf, wat ik leuk vind en wat ik wil lezen. Er zijn zoveel verschillende meningen en smaken… Ik vergelijk het altijd met 50 tinten grijs. Ik vond het helemaal niks, terwijl anderen het niet kunnen wegleggen. Er zullen wel mensen zijn die mijn boek niet leuk gaan vinden en ik ga een manier moeten zoeken om daarmee om te gaan want ik ben wat dat betreft erg perfectionistisch en onzeker.

Hoeveel delen mogen we verwachten?

Het worden twee delen. Ik heb expres geen trilogie geschreven.

Ga je afscheid kunnen nemen van je personages?

Daar heb ik nu al moeite mee. Ik ben nu bezig met de tweede versie van deel twee, daarna gaat het naar de proeflezers. Mijn moeder, die natuurlijk licht bevooroordeeld is, is heel erg enthousiast. Ze vindt het tweede boek beter dan het eerste.

En daarna?

Ik heb het idee in mijn hoofd zitten om met één personage dat ik net niet genoemd heb nog iets te gaan doen, want dat personage heeft een heel interessante achtergrond. Dat wordt misschien een novelle. Zijn achtergrond is echt boeiend. Ik heb nu ook een idee in mijn hoofd voor een standalone. En nu pas op vakantie  heb ik een idee opgedaan voor een nieuwe serie.

Er zitten nog heel wat projecten aan te komen!

Benieuwd naar de eerste hoofdstukken van Als de nacht eindigt? Je leest ze hier

Geschreven door:
Valerie van Valeries Boekenwereld

Auteur – Joke Benoot

Joke Benoot werd op korte tijd twee keer mama: van haar eerste kindje én van haar eerste boek. Haar debuut De regen is warm is een verhaal over een wereld waar kinderen opgroeien die geen thuis hebben, maar een tehuis. Over takken die verder groeien, ook als ze geen wortels meer hebben of knakken.

Heb je altijd al willen schrijven?

Ik heb altijd al graag geschreven. Als kind verzon ik voortdurend verhalen en gedichten. Al moet ik zeggen dat ik ze het liefste in de tuin zou begraven als ik ze nu teruglees. (lacht) Vijf jaar geleden heb ik de draad weer opgepakt, en nu is er dus mijn eerste boek!

Hoe kwam dit verhaal tot stand?

Als kinderpsychologe heb ik jarenlang mogen luisteren naar de verhalen van kinderen die écht leven in de wereld van De regen is warm. Spijtig genoeg is die wereld weinig zichtbaar voor mensen die er niet rechtstreeks mee te maken krijgen, en daar heb ik altijd iets aan willen doen. Toen ik aan de cursus Literaire Creatie begon aan het conservatorium, stonden de eerste kiemen van dit verhaal dan ook al snel op papier.

Je werk als kinderpsychologe heeft je dus erg geïnspireerd?

De verhalen van de jongeren en gezinnen waar ik mee werk, raken mij erg. Ik vind het een voorrecht om ernaar te mogen luisteren en mee te mogen zoeken naar wat ze nodig hebben. Het is indrukwekkend hoeveel veerkracht deze jongeren vaak tonen en hoe sterk ze zijn in moeilijke omstandigheden. Die bewondering wil ik graag overbrengen op mijn lezers, en ze zo hopelijk ook inspireren.

Hoe verloopt jouw schrijfproces?

Ik schrijf vooral vanuit de personages. Ik neem veel tijd om ze goed te leren kennen, tot in de kleinste details. Als dat goed zit, volgt het verhaal vanzelf. Ik schrijf zonder plan of uitgewerkte structuur, dat komt pas veel later. Het einde kende ik zelf nog niet toen ik aan het boek begon. Maar dat vind ik juist leuk.

Wat is jouw favoriete boek?

Dat vind ik heel moeilijk. Als ik iets kies, voelt dat als verraad aan mijn andere lievelingsboeken. Als young adult verslond ik de boeken van Tonke Dragt. Ogen van tijgers en Geheimen van het Wilde Woud waren mijn favorieten. Verder hou ik heel erg van het werk van David Mitchell. Hij schrijft heel verschillende soorten boeken, maar ik vind ze áltijd goed. Voor young adults is Dertien bijvoorbeeld perfect.

Wil je de lezers nog iets meegeven?

Dat je vooral je eigen wijsheid moet ontdekken. En dat het oké is om die niet meteen te vinden en eerst wat te ploeteren. Mijn opa gebruikt vaak een spreekwoord uit Zuid-Afrika: ons moet soek en trek en sukkel. Ik denk dat mijn boek ook daarover gaat. Ik geloof niet dat je kunt worden wat en wie je maar wilt; je bent evengoed wat je overkomt. Waar je geboren wordt, wat je meemaakt onderweg: het bepaalt zoveel. Maar het is oké om te vallen en dan weer recht te krabbelen. We doen allemaal maar wat.

Benieuwd naar de eerste hoofdstukken van De regen is warm? Je leest ze hier!

 

Geschreven door:
Nîne Reniers

Auteur – Guido Eekhaut

Guido Eekhaut heeft al heel wat titels op zijn naam staan. Met Enigma schreef hij dit jaar zijn allereerste young adult roman. Benieuwd hoe hem dat bevallen is! Ik (Valerie van Valeries Boekenwereld) mocht hem tijdens het Clavis Book Café enkele vragen stellen.

Lezers kennen jou in eerste instantie mogelijk van ander werk (misdaadromans en literaire fantasie). En dan opeens ligt Enigma er, een verhaal voor young adults. Waarom heb je besloten om een andere richting uit te gaan met dit nieuwste boek?

Enigma is oorspronkelijk niet geschreven voor young adults. Ik schreef het voor de Amerikaanse markt in 2016, maar die markt is niet zo flexibel. Aangezien ik daar vooral misdaadverhalen verkocht, zag mijn agent het niet zitten om van genre te veranderen. Daarom heb ik er een Nederlandse versie van gemaakt en heb ik die opgestuurd naar enkele Nederlandse uitgevers in 2017. Maar eind dat jaar zag ik de stand van Clavis op de Boekenbeurs en dacht ik: ‘Waarom stuur ik het niet gewoon naar Clavis in plaats van naar Nederland?’

Enigma werd toevallig een verhaal voor young adults. Ik schrijf eigenlijk nooit voor een bepaald doelpubliek, want ik weet niet wie mijn boeken leest. Maar door de inhoud, omstandigheden en personages heeft de uitgever er hier geen probleem mee gehad om het uit te brengen voor jongeren, hoewel ik daar zelf verbaasd over was. Ik dacht: ‘Dit komt nooit goed.’ Het is dus eigenlijk een zeer gelukkig toeval en dat vind ik fantastisch.

Je recentere werk voor volwassen is vooral proza of misdaad. Enigma past niet helemaal in dat rijtje, in die zin dat het een sterk sciencefictionverhaal is. Hoe komt dat?

Ik heb vroeger, in mijn snotjaren (lacht), heel wat sciencefiction geschreven, maar er was zo goed als geen markt voor. Ik noem het zelf liever speculatieve fictie, omdat ik vind dat deze term de lading beter dekt. Dit was een genre waar ik dus na een tijdje niet meer actief in was bij gebrek aan een markt.

Het feit dat ik met misdaad begonnen ben, is puur toeval, omdat op zeker ogenblik een uitgever mij om een misdaadboek vroeg.

Heb je voor dit boek veel research gedaan over de mogelijkheden van de mens in de toekomst of berust het verhaal veeleer op je eigen fantasie?

Research is voor veel schrijvers een beetje het grote zwarte schaap. Sommige schrijvers doen enkele jaren research om een goed boek te schrijven, terwijl ik net genoeg research doe om geen stommiteiten te schrijven. Je moet voor sciencefiction natuurlijk een aantal dingen technisch juist hebben, zoals de zwaartekracht op de maan. Dus je moet ergens wel research doen, maar er volgens mij niet in overdrijven. Genoeg zodat het echt lijkt.

Het achtergrondverhaal van de aarde in moeilijkheden, daar geloof ik persoonlijk niet helemaal in. We gaan nooit met 13 miljard mensen zijn. Hoe complexer en democratischer een samenleving wordt, hoe minder kinderen er zijn. Dat zien we overal. Ik geloof in technologie en ik denk dat we in staat zullen zijn om de problemen die we vandaag kennen op te lossen. Er gaat op dit moment heel veel energie naar het voorkomen van de klimaatopwarming, maar dat kunnen we niet. We kunnen wel nu nadenken over hoe we daarmee kunnen leven.

Britt is een heel boeiend hoofdpersonage en een ideale gids in het verhaal. Hoe creëer jij je personages? Is het moeilijk om als man een vrouwelijk hoofdpersonage te creëren?

Ik weet niet hoe ik dat doe (lacht). Ik denk dat er niet zulke specifieke dingen zijn die zo fundamenteel van elkaar verschillen dat we elkaar niet kunnen verstaan. Ik ben ook opgegroeid tussen vrouwen en ben vaak in vrouwelijk gezelschap. Misschien helpt mij dat een beetje, maar ik zou evengoed over mannelijke personages kunnen schrijven. Je moet maar een beetje rondom je kennen. Het feit is dat ik meer interessante vrouwen ken dan mannen (lacht). Maar dat ligt misschien aan mij.

Britt is misschien voor vijf of tien procent een afspiegeling van vrouwen die ik ken, maar voor het grootste deel is alles verzonnen. Dat is natuurlijk ergens altijd zo met dingen die je verzint, dat ze een afspiegeling vormen van de dingen en mensen rondom je.

Het fijne aan jonge hoofdpersonages zoals Britt is dat ze zichzelf nog vormen. De wereld is dan nog wauw.

Wat vind je het leukst aan het schrijven van een verhaal voor young adults in vergelijking met je andere boeken? Wat doe je met feedback?

Schrijven is voor mij eigenlijk een organisch proces, ik weet nooit waar het naartoe zal gaan. Meestal zorgt dat halverwege wel voor problemen (lacht). Maar ik weet dus ook nooit wie mijn boek zal lezen, want ik weet zelfs niet wat 15-jarigen vandaag lezen. Dus ik schrijf nooit op voorhand voor een bepaald doelpubliek.

Ik googel af en toe mezelf om te kijken of er recensies zijn verschenen, maar dat valt best mee. Ik ben er eigenlijk niet echt mee bezig. Het is leuk, maar je loopt het risico ook slechte recensies tegen te komen. Eigenlijk is het voor mij niet zo belangrijk en absoluut geen motiverende factor. Ik schrijf niet om populair te worden of opdat mensen me graag zouden zien. Daar moet je wel gek voor zijn. Je moet dat vanuit jezelf doen en je eigen belang als schrijver relativeren. Je gaat de wereld niet veranderen, dat kunnen schrijvers vandaag niet meer.

Mogen we binnenkort nog meer youngadultverhalen van je verwachten?

Binnenkort verschijnt er een nieuw boek dat geen vervolg is op Enigma, maar wat een eerste deel van een nieuwe serie zou kunnen worden. Het is dan uiteindelijk wel de bedoeling dat beide series op een gegeven moment ergens samenkomen. Daar heb ik momenteel al een zeer vaag idee over (lacht).

Het nieuwe boek speelt zich veel verder af in de toekomst dan Enigma. Als Enigma zich 50 jaar verder in de toekomst bevindt, speelt het andere boek zich 500 jaar verder af. De dingen die je in Enigma ziet, zijn dingen die wij al (bijna) kunnen. In het andere boek zijn mensen zich al niet meer bewust van wat een technologie allemaal inhoudt. Over 500 jaar zijn alle dingen gerealiseerd die wij nu onmogelijk achten. In die wereld trekken mensen zich niks meer aan van die technologie, net zoals wij nu omgaan met bepaalde technologie zoals auto’s en mobiele telefoons.

De planning voor 2019 is best goed gevuld (lacht). Er zijn twee boeken waarvan mijn alternatieve  uitgever heeft beloofd ze eindelijk te gaan uitgeven. In de zomer verschijnt mijn nieuwste boek bij Clavis. In de VS verschijnt er ook nog een boek in de zomer en bij een andere Vlaamse uitgeverij verschijnt dan in het najaar Het huwelijk van ijs en tijd, een titel waar ik zelf heel blij om ben. In 2020 verschijnt dan het vervolg op Enigma. Schrijven is echt een passie!

Geschreven door:
Valerie van Valeries Boekenwereld

Benieuwd naar Enigma? Lees hier de recensie van Valeries Boekenwereld!

Auteur – Bes Ceyssens

De goedlachse Bes Ceyssens is amper 21 jaar, maar toch maakt ze binnenkort haar debuut als YA-schrijfster. Volgens de flaptekst is De laatste dans een huiveringwekkende pageturner over je passie volgen en tot het uiterste gaan.

Vertel eens over het schrijfproces. Werd je op een ochtend wakker en dacht je: Vandaag doe ik het, vandaag begin ik aan mijn boek?

Nee, totaal niet! Ik schrijf al boeken sinds mijn dertiende, al waren die in het begin misschien niet echt van een hoog niveau. (lacht) Ik wilde altijd al een verhaal schrijven over dansen en ik was er al vaak aan begonnen, maar ik had het nog nooit afgemaakt. Het verhaal voor De laatste dans was het eerste waarbij ik het gevoel had dat het goed genoeg was. Dat gevoel kreeg ik eigenlijk vooral doordat ik het eerst op een website had gezet en daar heel veel leuke reacties op kreeg. Toen heb ik mijn moed verzameld en het verhaal opgestuurd naar heel wat uitgevers. Wat was dat zenuwslopend! En toen kwam die verlossende mail van Clavis Uitgeverij!

Hoe heb jij alles na die mail ervaren?

Het was geweldig! Een boek uitbrengen, was altijd al een grote droom. Ik moest wenen van geluk! Ik had een heel leuke samenwerking met mijn redacteur. Hij heeft van het boek de beste versie gemaakt dat het had kunnen worden. Ook toen ik de cover de eerste keer te zien kreeg, was ik meteen verkocht. Ik dacht direct: Ja, dit is het! En nu begint de promotie voor het boek op gang te komen. Ik vind het soms nog onwerkelijk als ik mijn boek op sociale media voorbij zie komen. Ik denk dat ik het allemaal pas echt geloof als ik het boek daadwerkelijk in mijn handen heb. Het voelt gewoon onwezenlijk, alsof ik dit allemaal droom.

Het leven van hoofdpersonage Freyde draait volledig rond dansen. Is dit ook een belangrijk aspect in jouw leven?

Ik heb lang gedanst, ik ben begonnen toen ik 13 was. Ik was een vrij onhandig kind, dus voor mijn dertiende durfde ik nog niet zo goed. (lacht) Ik heb geen ballet gedaan, zoals Freyde, maar ik heb wel altijd bewondering gehad voor ballet. Je hebt daar zo veel discipline voor nodig, want de techniek en de volharding is uniek. Ik vind dat ballet apart staat van andere dansen: het is een kunst op zich.

Wat is jouw favoriete boek?

Ik wist dat die vraag zou komen! (lacht) Dat is zo’n moeilijke, hè? Alsof je iemand laat kiezen wie zijn favoriete kind is. Ik heb er al over nagedacht en als ik er eentje móét kiezen, is dat wel De schaduw van de wind van Carlos Ruiz Zafón. Voor mij is dat het ultieme romantische boek. Verder hou ik van YA-reeksen: The Hunger Games, Divergent, Twilight … ik heb ze allemaal gelezen!

Is er al inspiratie voor een tweede boek?

Sterker nog, dat is al geschreven! Mijn tweede boek wordt ook uitgegeven bij Clavis. Voorlopig heet het Vruchteloos. Het gaat over een futuristische wereld waarin de overheid een middel vindt tegen overbevolking. Ik ben ondertussen zelfs al bezig aan een derde boek, een historische roman. Ik wil me nog niet echt binden aan één genre, maar er verschillende ontdekken en zoeken welk me het meeste aanspreekt.

Heb je tips voor jonge schrijvers?

Als je bezig bent met een verhaal en je voelt je er goed bij: stuur het op. Niet geschoten, is altijd mis! Deel je boek ook met andere mensen. Laat je vrienden het lezen of zet het online! Er gaat altijd wel iemand je verhaal willen lezen. Die stap zetten, dat durven, is zo belangrijk.

 

Benieuwd naar de eerste hoofdstukken van De laatste dans? Je leest ze hier!

 

Geschreven door:
Nîne Reniers

 

The story behind the story – Katrien Van Hecke over Soldaat Marie

Niets in de geschiedenislessen fascineerde mij meer dan de Franse Revolutie. De lont in de gelijkheidsgedachte! En Napoleon zorgde ervoor dat alle mooie ideeën netjes in wetten werden gegoten. Wat had ik graag in deze wervelende tijd geleefd … Toen ik jaren later hoorde over Marie Schellinck, een stadsgenote die soldaat werd in het leger van Napoleon, zag ik mijn kans dan ook schoon: voor de schrijftijd van een roman zou ik in haar huid kruipen. Dankzij haar lef en inventiviteit schopte Schellinck het van uitgebuite dienster tot onderluitenant en bereisde ze heel Europa. Ze leverde het bewijs van mijn eigen levensmotto: als je wilt dat iets verandert, moet je er zelf voor gaan én buiten de lijnen durven kleuren. Lang voordat het feminisme werd uitgevonden, lapte Marie de traditionele rolpatronen al aan haar laars. Ze wist: well-behaved women seldom make history. Een meid naar mijn hart.

 

Katrien Van Hecke, auteur van Soldaat Marie.

 

Auteur – Susanne Koster

Op de Boekenbeurs kreeg ik (Sigrid) de kans om schrijfster Susanne Koster te interviewen. Susanne heeft verschillende young adults (her)uitgegeven bij Clavis. Om me voor te bereiden op dit interview, las ik Zwarte lieveling. Dat boek is het eerste deel van de Oneindigheidstrilogie. Het gaat over Saskia, een meisje dat mishandeld wordt door haar stiefvader.

Waarom kies je ervoor zware thema’s te behandelen in jeugdliteratuur, zoals kindermishandeling in Zwarte lieveling?

Omdat ik vind dat er altijd aandacht voor moet zijn. Omdat kindermishandeling eigenlijk niet zou mogen bestaan, maar het bestaat wel. Toch wordt er vaak over gezwegen. Kinderen die ermee in aanraking komen, hopen altijd dat er iemand zal zijn die het merkt en dat diegene er dan iets aan zal doen. Negen van de tien keer gebeurt dat niet. Door er in mijn boeken over te schrijven, kan ik het toch onder de aandacht brengen.

Als je om je heen kijkt, zijn er zoveel kinderen die mishandeld worden. Sinds Zwarte lieveling opnieuw uitkwam, heb ik talloze jonge mensen ontmoet die zich herkennen in het boek. Ze spreken me aan en vertellen over hun ervaringen. Daar word ik zo verdrietig van. Iedereen ziet het gebeuren, maar niemand zegt er iets van. Dat is heel frustrerend.

Het zijn zware onderwerpen die ik beschrijf in mijn boeken, maar er is behoefte aan. Lege kamers gaat bijvoorbeeld over een meisje met een psychose. Ik ken een aantal jongeren die een psychische aandoening hebben. En toen ik me hierin verdiepte, bleek dat een op de vijf jongeren behoefte heeft aan psychische hulp. Anoiksis, een vereniging voor en door mensen met een psychische aandoening, heeft dit boek dan ook op een leeslijst gezet. Dat is fijn en een stap in de goede richting.

Gelukkig  spreekt er uit mijn boeken ook hoop en liefde. Als je zoiets heftigs zoals mishandeling hebt meegemaakt, is het heel gemakkelijk om daar al je ellende aan op te hangen en bitter of boos te worden. Maar dat helpt allemaal niet! Blijf maar gewoon wie je bent, probeer het achter je te laten, zet je schouders eronder en hou vol. Geniet van het mooie weer en van elk moment. Het is zo belangrijk dat je niet blijft vasthouden aan het verleden, maar dat je vertrouwen hebt in het goede van de mens. Dat is er echt! Alleen heb je soms gewoon de pech dat je dat goede even niet bent tegenkomen .


Zwarte lieveling verscheen oorspronkelijk in 1995, maar Clavis heeft het vorig jaar opnieuw uitgegeven. Heb je veel aan de tekst moeten veranderen?

Jazeker! Heel simpele en logische dingen zijn veranderd, zoals guldens die euro’s moesten worden. Maar ook de locatie van de verschillende tehuizen in het boek is veranderd. De straatnamen heb ik aangepast. Als ik iets opschrijf, wil ik dat het klopt met de realiteit. Dus dat heb ik helemaal opnieuw moeten uitzoeken!

Daarnaast groei je als schrijver altijd. Zwarte lieveling was mijn eerste boek en dat kon ik ook wel merken toen ik het ging herschrijven! Het verhaal op zich is hetzelfde gebleven, maar de manier waarop het geschreven is, heb ik soms aangepast. Sommige dingen heb ik echter niet veranderd, omdat die gewoon mooi waren zoals ze waren of juist omdat ze zo heftig waren. Er staan namelijk heel wat heftige scènes in het boek, maar die zijn echt gebeurd zoals ze beschreven staan.


Dus het verhaal is gebaseerd op ware gebeurtenissen?

Dat klopt. Ik ken het meisje dat dit heeft meegemaakt. Ook het tweede deel van de Oneindigheidstrilogie, Achtergelaten, vertelt de realiteit. Dat boek gaat over het zusje van Saskia, Jonka. En deel drie van de Oneindigheidstrilogie, Een gedroomd einde, is ook gebaseerd op feiten, maar hier heb ik wel wat meer aanpassingen in gedaan. Zo had ik het einde al geschreven, maar toen kreeg ik er echt spijt van. Dat slot was gebaseerd op de realiteit, maar het deed zo veel pijn om het op te schrijven dat ik de uitgeverij heb gebeld en heb gevraagd of ik het mocht veranderen. Daar heeft Clavis niet moeilijk over gedaan, en nu heb ik er vrede mee.

Weet je, mensen zouden het ook niet geloven dat één persoon zo veel ellende heeft meegemaakt. Daarom heb ik sommige dingen wat verbloemd. Of dan zou ik te horen krijgen dat het te erg of te negatief is, terwijl die pijnlijke werkelijkheid eigenlijk helemaal geen fictie is.


Ik zag dat je onlangs iets had gepost in de Facebookgroep ‘Young adults boeken en series’, over een recensie van je boek Lege kamers. Is dat iets wat je veel doet, recensies en boekenblogs lezen?

Ja, ik krijg dat allemaal doorgestuurd van de uitgever! Ik wil heel graag weten wat mensen van mijn boeken denken. En dit was zo’n mooie recensie! (noot: het gaat over deze recensie: http://clavisyoungadult.com/recensie/recensie-lege-kamers-2/?fbclid=IwAR1dXBtWCcMK4dfRp1a6sKsa0iuvwj3g195IUwsXTzddXDDQPu6ALnJIUHY ) Ik krijg – hout afkloppen – meestal wel mooie recensies, van vier of vijf sterren.

 

Geschreven door

Sigrid van https://bookbuddies.be/

The story behind the story – Kaat De Kock over Niets om het lijf

Toen ik veertien was, werd ik voor het eerst verliefd. De jongen in kwestie brak mijn hart door een ander meisje te kussen, in ons jeugdhuis, op een moment dat ik daar ook was. Ik zag hen dus – ze deden het recht voor mijn neus! – en dat was een enorme shock. Het ene moment voelde ik me het mooiste en gelukkigste meisje ter wereld, het volgende moment voelde ik me weggegooid en waardeloos.

In diezelfde periode worstelde ik met mijn lichaam, dat aan het veranderen was: mijn heupen werden breder, mijn billen en borsten werden voller. Ik kreeg een doodnormaal vrouwenfiguur, maar ik zag alleen dat ik ronder werd. Dikker dus, maakten mijn hersenen ervan. En zo ontwikkelde ik anorexia. Ik wilde slanker zijn, ik wilde aandacht, ik wilde bijzonder zijn, en ik wilde hulp. Ik ben nooit in levensgevaar geweest – op mijn dieptepunt woog ik 41 kilo – maar mijn eetstoornis heeft wel een jaar lang mijn leven gedomineerd. Ook nu draag ik er nog de gevolgen van. Ik weeg verre van te weinig, maar ik blijf een vreemde relatie hebben met eten en met de weegschaal. En het haar dat ik tijdens dat ene jaar ben kwijtgeraakt, heb ik nooit teruggekregen.

Veel boeken over anorexia gaan over meisjes die in ziekenhuizen terechtkomen en moeten vechten voor hun leven. Grote en belangrijke verhalen, die absoluut verteld moeten worden. Maar ik wilde een kleiner verhaal vertellen – zodat ook meisjes zoals ik, die het geluk hebben om te kunnen stoppen voor het te laat is, zich gehoord voelen. Omdat ook wat zij meemaken een klein drama is, en omdat ook zij een jaar of langer van hun leven kwijt zijn.

Zo weten ze dat ze niet alleen zijn, én dat er altijd hoop is. Ik kan het weten.

Kaat De Kock, auteur van Selfie, Chemie, Sterker dan jij, Niets om het lijf en Dromenvanger.

The story behind the story – Miriam Borgermans over Slaves

Ooit sprong ik in mijn eentje met parachutes uit vliegtuigen, zwom ik door woeste bergrivieren en dwaalde ik door wilde, diepe wouden. Vrijheid heeft me altijd gefascineerd. Toen ik na een wetenschappelijke studie per ongeluk in de machtige en verbijsterende wereld van een grootbank belandde, besloot ik om voortaan alleen nog mijn eigen verbeelding te onderzoeken: wat als banken en multinationals echt almachtig zouden worden? Wat als onze vrijheid steeds meer wordt ingeperkt, door A.I. en datacontrole door sociale media? Wat als alle werklozen zouden gedwongen worden om als slaven te werken?

De personages in mijn Slaves-boeken worden geconfronteerd met een meedogenloze toekomstige maatschappij, waaruit geen ontsnapping mogelijk is. Als machteloze slaaf kunnen ze geen kant uit. Toch geven ze niet op. Nooit. Ze beseffen dat echte slavernij vanbinnen zit. Net als echte vrijheid. En daarom houden ze hoop – tot in de uithoeken van het universum.

Miriam Borgermans, auteur van de serie Slaves (Raven 1, Dante 1, Raven 2)